
>Promovenda doet onderzoek naar het taallandschap in blanke en in allochtone buurten.
>‘Door de immigratie en globalisering is het taallandschap aanzienlijk veranderd.’
In winkelstraten waar een grote migrantenbevolking ‘omheen’ woont, maken ondernemers veel minder gebruik van de migrantentaal om hun producten te slijten dan je zou verwachten op basis van de omvang van het aantal migranten dat rond zo’n straat woont. Dat zegt taalkundige Loulou Edelman deze week in haar proefschrift Linguistic Landscapes in the Netherlands. A study of multilingualism in Amsterdam and Friesland waarop zij op 1 oktober promoveert.
Edelman deed onderzoek naar het Nederlandse ‘taallandschap’: de taal op verkeersborden, reclamebillboards, straatnamen, plaatsnamen, commerciële winkelborden et cetera, een onderwerp waar nog niet veel onderzoek naar is verricht. ‘Het is een betrekkelijk nieuw onderzoeksterrein,’ zegt Edelman. ‘Waarschijnlijk komt dat omdat zulk onderzoek altijd lastig te realiseren was want je moet er veel foto’s voor maken. Zonder digitale camera is dat een hele klus. Ik heb in totaal zo’n drieduizend digitale foto’s van het taallandschap gemaakt. Daarnaast is het taallandschap door de immigratie en globalisering aanzienlijk veranderd, waardoor zij een interessant onderzoeksgebied werd.’
Van de drieduizend foto’s die Edelman maakte, maakte ze er duizend in Friesland en tweeduizend in de Amsterdamse winkelcentra Rooswijck en Kalverstraat (beide veelal blank) en in de migrantenbuurten rond het Bos en Lommerplein, Javastraat en Ganzenpoort. Edelman: ‘Op borden in de laatste drie buurten komen de minderheidstalen Turks en Arabisch bijvoorbeeld wel voor, maar minder dan je op basis van het percentage omwonenden van Turkse en Marokkaanse komaf zou verwachten. Ik heb ook informele gesprekken gevoerd met allochtone ondernemers die hun winkelborden, met bijvoorbeeld aanbiedingen, in het Nederlands hadden opgesteld. Daaruit bleek soms dat dit te maken had met een geslaagde integratie: die ondernemers gebruiken het Nederlands omdat ze er trots op zijn Nederlands te spreken. Maar soms bleek het gewoon een commercieel doel te hebben: allochtone ondernemers willen hun spullen ook aan Nederlanders verkopen.’
In Rooswijck (Buitenveldert) en in de Kalverstraat bleek vooral veel Engels te worden gebruikt. Edelman deed eenzelfde onderzoek in de Friese plaatsen Leeuwarden, Franeker en Bergum. Daar onderzocht ze het gebruik van het Fries in relatie tot het Nederlands. (DW)
Ingedeeld in: FGw, Wetenschap,
Geplaatst op 28-09-2010 18:48
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
