
>DNB-president Wellink hield op 16 april een lezing over economisch crisismanagement van het bankwezen en de staat.
>‘Politici – Obama met zijn volksmennerij voorop – moeten stoppen met het demoniseren van de financiële wereld.’
'De grootste risico’s worden doorgaans genomen door de grootste sukkels en de grootste sukkels bevinden zich heden ten dage in de bancaire wereld en hypotheekmarkt. Dat straalt ook af op de centrale banken, onze reputatie heeft een flinke deuk opgelopen.’ Dit zei Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank (DNB) op 16 april tijdens een alumnilezing aan de Faculteit Bedrijfskunde en Economie ten overstaan van een zaal gevuld met voormalige economiestudenten, veelal oudere heren in twee- of driedelig pak. Volgens de bankpresident is die reputatieschade niet helemaal terecht. ‘Niemand zag de financiële crisis aankomen, ook niet de mensen die bankiers nu de schuld geven van alles. Zelfs het IMF, gezagdragend in zijn voorspellingen voor de wereldeconomie, betoogde in een rapport uit 2006 nog dat toekomstige marktcorrecties niet tot een crisis zouden leiden.
Wellink hekelde in zijn lezing het zwartepieten van dit moment.‘Politici – Obama met zijn volksmennerij voorop – moeten stoppen met het demoniseren van de financiële wereld. Het wordt tijd dat we naar de oorzaken van deze crisis kijken, welke feitelijk tegen het einde van 2006 al vorm begon te krijgen.’ Volgens Wellink zijn er twee basisoorzaken aan te wijzen. Enerzijds het tempo waarmee financiële innovaties de afgelopen jaren werden doorgevoerd, anderzijds de wereldwijde schaal waarop dit gebeurde. ‘Toezichthouders, waaronder de centrale banken, hadden simpelweg niet de tijd en het overzicht om in te grijpen.’
DNB heeft echter wel degelijk eerder gewaarschuwd voor wanbeleid bij grote financiële instellingen, aldus Wellink. ‘Gelukkig is er in Nederland nu een constructieve ommekeer met de instelling van de commissie Maas en het zogenaamde herenakkoord.’ Wellink, die enkele malen werd onderbroken door kritische vragen uit het publiek, sloot zijn betoog af met een oer-Hollandse vergelijking. ‘De watersnoodramp van 1953 vond enerzijds plaats door exogene factoren als een samenloop van extreme weersomstandigheden, anderzijds door interne factoren als een zwakke kustverdediging. Net als toen moeten we de Nederlandse dijken verhogen, met dit verschil dat het nu om een financieel noodweer gaat.’ (Tim Verlaan)
Ingedeeld in: FEB, Alumni,
Geplaatst op 17-04-2009 17:10
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
