
>Filmmaakster Digna Sinke is vier weken artist in residence bij de opleiding Media en cultuur.
>Woensdagavond probeerde ze in Spui25 te verklaren waarom ze
films maakt.
Filmmaakster Digna Sinke (62), is vier weken lang professional in
residence bij de opleiding Media en Cultuur aan de UvA. Ze laat vanuit haar perspectief als maker haar licht schijnen op de grens tussen feit en fictie, een grens die in haar eigen documentaires vaak moeilijk te trekken is. Donderdagavond probeerde ze in Spui25 uit te leggen waarom ze ‘in hemelsnaam film maakt’.
Kort en goed: een eenduidig antwoord kwam er niet. Maar de drijfveren blijken vooral persoonlijk van aard te zijn. Sinke opende de avond met een iets andere, maar niet minder interessante vraag, namelijk of een filmmaker anders kijkt dan een journalist of een wetenschapper. Daarop volgde de aankondiging dat ze via ‘omtrekkende bewegingen’ in de buurt van een antwoord wilde komen. En daar openbaarde zich meteen het eerste verschil tussen een filmmaker en een wetenschapper: in plaats van via een vooraf bepaalde methodiek de vraag proberen te beantwoorden, presenteerde Sinke een schijnbaar onsamenhangende reeks
van gedachten, filmfragmenten en (jeugd)herinneringen, die min of meer voor zichzelf moesten spreken.
Sinke gaf terloops toe een wetenschappelijk benadering niet de meest interessante houding te vinden: ‘Ik hoop altijd vurig dat ik word meegesleept door de sfeer en het verhaal van een film. Alleen als ik me echt verveel, ga ik letten op dingen als cameravoering , montage en andere technische zaken.’
Als belangrijk punt bracht de filmmaakster te berde dat een
cruciaal verschil tussen een filmmaker en een wetenschapper is dat de wetenschapper een afgerond product ziet, de film zoals hij is
geworden. De filmmaker ziet daarentegen juist de film in wording. Het vaak vage idee dat er aan ten grondslag ligt en de eindeloze zee van mogelijke gestaltes die de film kan aannemen.
De vraag wat een filmmaker drijft kon Sinke alleen voor haar zelf
beantwoorden: de wens een vak te leren, het gevoel te horen bij een
milieu waarin intellect en creativiteit samenkomen, het voordeel via
het maken van een film in bijzondere situaties te geraken, de exploitatie van eigen visuele herinneringen en tot slot het gevoel te
hebben ergens bij te horen, maar dan wel op je eigen voorwaarden.
En daarmee bevestigde Sinke woensdagavond de stereotypes die gelden voor de wetenschapper en de filmmaker. Werkt de wetenschapper met methodische precisie naar een helder antwoord toe, een filmmaker werkt vooral gevoelsmatig en associatief. Dus waarom Digna Sinke in hemelsnaam films maakt, en wat dat precies zegt over het verschil tussen haar en een wetenschapper, dat is aan de aanwezige filmwetenschappers in de zaal.
Digna Sinke maakt naast speelfilms als Groeten uit Zonnemaire (1972) en Belle van Zuylen – Madame de Charrière (1993) ook documentaires, zoals Weemoed en wildernis (2010). (LH)
Ingedeeld in: Nieuws,
Geplaatst op 24-02-2011 14:30
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
