
De hop, in het Latijn de upapa epops, een van de zeldzaamste vogels in Nederland. Foto uit geciteerd boek.
>In het gebouw van Bijzondere Collecties is het boek Vogels kijken van UvA-alumnus Kester Freriks gepresenteerd.
>De presentatie markeert het begin van het grote digitaliseringsproject van de prentenverzameling Iconographia Zoologica.
Donderdag 5 maart vond in het gebouw van de Bijzondere Collecties de presentatie plaats van het boek Vogels kijken. Alle driehonderd Nederlandse vogelsoorten, samengesteld door Kester Freriks. De presentatie van het boek, aan de vooravond van de Boekenweek dat als thema ‘De literaire zoo’ heeft, markeerde het officiële begin van het grote digitaliseringsproject van de prentenverzameling Iconographia Zoologica van de UvA.
De illustraties in het boek van Freriks zijn allemaal ontleend aan de verzameling dierenprenten uit de Artis Bibliotheek. Dat zijn er meer dan tachtigduizend. Met de digitalisering van een kwart daarvan is nu een begin gemaakt.De Iconographia Zoologica, geordend volgens de negentiende-eeuwse indeling van het dierenrijk, fungeerde toentertijd als ‘papieren database’ voor de zoöloog. De verzameling vormt een unieke bron voor de geschiedenis van de dierkundige prentkunst. Naast tekeningen en aquarellen bevat de Iconographia Zoologica vooral prenten, gemaakt door de belangrijkste illustratoren en kunstenaars van hun tijd. Freriks heeft driehonderd ervan kunnen gebruiken voor zijn boek. ‘Het zijn eigenlijk alleen de driehonderd zeer gangbare en zeer telbare vogels, want strikt genomen bestaan er 497 vogelsoorten in Nederland’, zei Freriks over zijn boek, dat ten doop werd gehouden door bioloog Midas Dekkers. ‘Waarom houden wij zo van vogels en waarom verschijnen er als gevolg daarvan zo ontelbaar veel vogelboekjes en geen zoogdierenboekjes, wat gezien onze eigen afstamming logisch zou zijn’, vroeg Dekkers zijn gehoor. Tja. ‘In vogels herkennen we iets van onszelf’, zei Dekkers. ‘Ruiken kunnen we niet meer, in tegenstelling tot andere zoogdieren zoals de kat, de hond en de tijger. Maar evenals de vogels zijn voor ons de ogen belangrijk.’ Eigenlijk leven we volgens Dekkers een beetje als vogels. ‘Helemaal als je bedenkt dat we van apen afstammen die in de bomen van tak naar tak slingeren. Dat kunnen ze voor een deel alleen omdat ze hun ogen gebruiken.’
Het boek van Freriks bevat vogels als de roodkeelduiker, de hop, de waterral, de reuzenstern, de roek en de ortolaan, om een paar te noemen. Puntje van kritiek van Dekkers: ‘Waar is de kip? In elk vogelboek wordt steevast de kip overgeslagen, onbegrijpelijk.’ Gelukkig bevat het boek wel de waterkip, ook genoemd de waterhoen. (DW)
Ingedeeld in: ZMA, Bijzondere Collecties, FNWI, Wetenschap, Studenten,
Geplaatst op 06-03-2009 01:32
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
