
>Helft personeel ziet onvoldoende doorgroeimogelijkheden.
>CvB kondigt verbeteracties aan.
Gebrek aan doorgroeimogelijkheden, ontevredenheid over de salariëring, een te hoge werkdruk en gebrekkige informatievoorziening van de UvA, dat zijn de grootste problemen die medewerkers van de UvA ervaren. Dat blijkt uit de Medewerkersmonitor, die dit studiejaar voor het eerst is uitgevoerd. De monitor bestond uit een vragenlijst die medewerkers online konden invullen, en verder werden er ‘verdiepende interviews’ gehouden met enkele medewerkers en directeuren. Voor het invullen van de vragenlijst werden 6712 medewerkers uitgenodigd, 2861 van hen vulden de lijst ook daadwerkelijk in, een responspercentage van veertig procent.
Het College van Bestuur (CvB) benadrukt in een reactie dat de uitkomsten gemiddeld genomen een gunstig beeld laten zien, maar kondigt wel verbeteracties aan. Zo zal aan faculteiten gevraagd worden ‘strategische personeelsplannen’ op te stellen waardoor voor medewerkers duidelijk moet worden of er mogelijkheden voor bevordering zijn; en de loopbaanontwikkeling van de medewerker wordt een vast bespreekpunt in het jaargesprek. Verder gaat het CvB met faculteiten bespreken of er tot een ‘meer prestatiegerelateerde wijze van belonen’ gekomen kan worden. De informatievoorziening vanuit het CvB wordt verbeterd, en de faculteitsnieuwsbrieven worden uitgebreid met meer ‘faculteitsoverschrijdende’ informatie. Ook zullen de gestarte activiteiten voor herziening en verbetering van het UvA-web worden uitgebreid. Verdere problemen die medewerkers ervaren, zoals de te hoge werkdruk, zullen in 2010 ‘ter hand genomen worden.’
De problemen worden onder medewerkers breed gedragen. Op de stelling ‘Er zijn voor mij voldoende mogelijkheden om door te groeien’ antwoordt tweeënvijftig procent van alle medewerkers oneens. Op de stelling ‘Er zijn voor mij voldoende mogelijkheden om over te stappen naar een ander soort functie’ is dat voor het wetenschappelijk personeel (WP) nog eens negenenvijftig procent. Voor het ondersteunend en beheerspersoneel (OBP) is dat zesenveertig procent. Met de stelling ‘Mijn salarisvooruitzichten bij de UvA zijn goed’ is veertig procent van het WP het oneens, tegen eenenveertig procent van het OBP. Met ‘De informatievoorziening binnen de UvA is goed’ is tweeëndertig procent van alle medewerkers het oneens.
Wat betreft de werkdruk gaat de monitor in op de ‘ervaren werkdruk’ en ‘gewenste werkdruk’. Deze worden op een schaal van 1 tot 10 uitgedrukt. De gewenste werkdruk ligt bij het WP hoger dan bij het OBP, op 6,4 tegenover 5,8. De ervaren werkdruk ligt bij het WP op 7,3 en bij het OBP op 6,2. Verder ervaart zesenzestig procent van het WP minimaal ‘enkele weken per jaar’ een ‘te hoge werkdruk’, en voor dertien procent is dat zelfs de dagelijkse situatie. Voor het OBP zijn die cijfers respectievelijk zesenvijftig en negen procent.(HvdM)
Ingedeeld in: College van Bestuur, Nieuws,
Geplaatst op 04-03-2009 14:51
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
