
>Onderzoekers van de universiteit van Colorado onderzochten de gevolgen van klassikale bespreking van collegestof op het percentage correct gegeven antwoorden.
>Waar in eerste instantie 51 procent van de studenten vraag 1 correct beantwoordde, was dat na discussie 68 procent.
Wanneer studenten tijdens colleges individueel multiple-choice-vragen moeten beantwoorden over de stof, vervolgens groepsgewijs discussiëren over de antwoorden, en dan opnieuw antwoorden, heeft dat positieve gevolgen voor het percentage goede antwoorden. Dit blijkt uit onderzoek van wetenschappers van de universiteit van Colorado in Boulder, gepubliceerd in het januarinummer van Science. Mogelijke verklaringen voor dit resultaat zijn toename van begrip van de stof door discussie, of beïnvloeding van de groep door intelligente studenten. De onderzoekers maakten gebruik van ‘peer instruction’ (PI), een methode die docenten gebruiken om te onderzoeken of studenten het college begrijpen. Hierbij dienen studenten eerst individueel antwoord te geven op een vraag door middel van een apparaatje, een ‘clicker’, waarna ze een histogram te zien krijgen van hun antwoorden. Als er veel verschillende antwoorden worden gegeven wordt hen gevraagd over de antwoorden te discussieren, om daarna opnieuw te stemmen. De docent geeft dan het goede antwoord en legt uit op welke manier tot dat antwoord gekomen is. De meeste docenten die PI gebruiken geven aan dat het percentage goede antwoorden stijgt, alsmede het vertrouwen van studenten in hun antwoorden.
De onderzoekers onderscheidden twee mogelijke verklaringen voor deze gevolgen: een groter begrip van de stof als gevolg van de klassikale discussie; of het volgen van studenten die men als intelligent beschouwt.
Tijdens een introductiecursus genetica stelden de onderzoekers gemiddeld vijf clickervragen per college van vijftig minuten, en moedigden studenten aan de mogelijke antwoorden te bespreken. De studenten kregen participatiepunten voor het beantwoorden van de vragen, en de vragen die gesteld werden waren tentamenvragen. Hierdoor werd de betrokkenheid vergroot.
Zestien keer gebruikten de onderzoekers een paar van vergelijkbare meerkeuzevragen om te bekijken hoeveel studenten leerden van groepsdiscussie. Zij moesten eerst vraag 1 individueel beantwoorden, mochten dan met hun buurman overleggen, en moesten dan nog eens antwoorden. Hierna moesten ze vraag 2 individueel beantwoorden. De antwoorden en histogrammen van beide vragen werden pas na vraag 2 getoond, om de invloed van groepsdenken te beperken.
Uit dit onderzoek bleek dat waar 51 procent van de studenten in eerste instantie vraag 1 correct beantwoordde, dat na discussie 68 procent was. Vraag 2 beantwoordde zelfs 73 procent correct. Dit percentage was dus hoger dan vraag 1, zelfs na discussie. Dit wijst op een positief effect. Ook het feit dat van de studenten die vraag 1 eerst fout beantwoordden, maar na discussie correct, 77 procent vraag 2 goed had, wijst op een positief effect. Dit laatste verklaren de onderzoekers doordat studenten kennelijk wel het concept na discussie beter begrijpen, maar pas bij een nieuwe vraag kunnen toepassen. (HvdM)
Ingedeeld in: Onderwijs, Wetenschap, Studenten, Nieuws,
Geplaatst op 06-01-2009 14:35
Gerelateerde artikelen

















Geneeskunde kent al jaren een numerus fixus, maar de minister wil die nu afschaffen. Mee eens of niet?

