
Regisseur Gerardjan Rijnders liet afgelopen week tijdens de Mosse-lezing de gekuiste versie zien van de homopornofilm ‘We doen wat we kunnen’. Helemaal aan het eind van de film was er toch nog één slappe piemel te zien.
Die was men vergeten te knippen, zei Rijnders tegen zo’n honderd mensen die op de lezing afgekomen waren in de Mozes & Aäronkerk. De jaarlijkse lezing ter bevordering van homostudies aan de UvA trok zoals gewoonlijk vooral homoseksuele mannen en vrouwen. Rijnders vroeg aan het begin van de lezing, met de titel De buik vol, expliciet naar de seksuele voorkeur van de bezoekers. Degenen die heteroseksueel waren, moesten hun hand opsteken. Slechts enkelen bleken dat te zijn; het merendeel was homoseksueel. En dat was precies waar Rijnders, zelf homoseksueel, het in zijn lezing over wilde hebben: de kennelijke onmogelijkheid in de kunst om voor anderen dan de eigen parochie te preken. De lezing was een aanklacht tegen het huidige kunstklimaat, en met name het toneelklimaat, dat volgens Rijnders onvoldoende in staat is een bijdrage te leveren aan de emancipatie van minderheden.’ Rijnders wilde dat laten zien aan de hand van de film We doen wat we kunnen, waarin hijzelf en Dik Boutkan de hoofdrollen spelen. De blote piemels die erin voorkomen, mochten van het kerkbestuur niet worden vertoond, waardoor de film volgens Rijnders ‘zwaar verminkt en gecastreerd’ was. Volgens organisator Gert Hekma was de film ook van You Tube gehaald. Volgend jaar zal de Mosse-lezing worden gehouden door schrijver en dichter, tevens voormalig Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij. (DW)
Foto: Jordi Huisman
Ingedeeld in: Nieuws,
Geplaatst op 24-09-2007 00:00
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
