
> Bestuurders onder Napoleon bleven aan na de val van Napoleon en de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden.
>De houding van de Nederlanders ten opzichte van deze bestuurlijke continuïteit was coöperatief en accommoderend.
Matthijs Lok, docent moderne Europese geschiedenis aan de UvA, brengt op 17 april zijn boek en tevens proefschrift Windvanen uit, over napoleontische bestuurders in de Nederlandse en Franse Restauratie (1813-1820).
Toen Napoleon in 1813 voorgoed uit Nederland vertrokken was, stelde koning Willem I een ‘nieuw’ grondwettelijk bestuur in. Niet echt nieuw, want de bestuurders die in de roerige periode ervoor door Napoleon benoemd waren bleven deel uitmaken van het bestuur. Ook in Frankrijk, waar nu Lodewijk XVIII heerste, werden de ervaren napoleontische bestuurders op hoge posten benoemd.
De rol die deze bestuurders, de ‘windvanen’, speelden in de ‘Restauratie’, de periode na Napoleons vertrek, is tot nu toe nog niet beschreven. Lok onderzocht in een vergelijkende studie de mate waarin Willem I en Lodewijk XVIII in het ‘bed van Napoleon’ sliepen bij de opbouw van hun nieuwe staat. Verder bekeek hij de legitimatie en de perceptie van deze bestuurlijke continuïteit in de publieke opinie.
Lok toont aan dat het gedrag van Nederlanders niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook in vroeger tijden gekenmerkt wordt door een weinig heroïsche houding van coöperatie en accommodatie. Deze houding brengt ook voordelen mee, namelijk een relatief stabiele samenleving die niet verscheurd wordt door ideologische strijd.
Het boek Windvanen laat verder zien dat het vraagstuk van regimeverandering en het binnenlands bestuur niet alleen in de politieke actualiteit (Oost-Europa, Midden-Oosten en Zuid-Amerika), maar ook in onze eigen geschiedenis een bepalende rol spelen bij de vorming van een land. (AK)
Ingedeeld in: Nieuws,
Geplaatst op 15-04-2009 15:47
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
