
>De zogenoemde ‘matching’ van onderzoeksgeld staat onder druk.
>Faculteiten komen door ‘full costing’ model niet rond met hun onderzoeksbudget.
De matching van onderzoeksgeld staat onder druk en was daarom een belangrijk onderwerp tijdens de voorlichtingsbijeenkomst die de Centrale Ondernemingsraad vanmiddag organiseerde over het zogenoemde ‘full costing’ model, dat de UvA tegenwoordig hanteert. Dit principe, waarbij alle aan het verrichten van onderzoek gerelateerde kosten worden doorberekend bij het opstellen van de onderzoeksbegroting, zorgt volgens veel onderzoekers en bestuurders inmiddels voor problemen bij het vaststellen van de onderzoeksbudgetten. Die zouden door dit principe moeilijk ‘kloppend’ te maken zijn.
‘Het “full costing” model gaat er vanuit dat alle aan een onderzoek gerelateerde kosten zichtbaar zijn op de onderzoeksbegroting van een faculteit of afdeling,’ vertelde corporate controller Arne Brentjes, die tijdens de bijeenkomst een presentatie gaf over het onderwerp. ‘Dat wil zeggen dat ook de kosten van een computer, hand- en spandiensten van een secretaresse, gebruik van de UB, huur van de werkkamer en onderhoud op alle niveaus – zowel van de werkplek, het instituut, de faculteit als het Maagdenhuis – meegenomen moeten worden bij de bepaling van de hoogte van het onderzoeksbudget.’ Dit geldt zowel voor onderzoek uit de eerste geldstroom (direct gefinancierd door de universiteit), als onderzoek uit de tweede en derde geldstroom (respectievelijk NWO en commercieel onderzoek).
Doordat alle kosten tegenwoordig moeten worden opgevoerd ontstaan er hoge onderzoeksbegrotingen en is onderzoek dat aan derden worden verkocht duur. Voor onderzoek in de tweede geldstroom ontstaat in toenemende mate een probleem met de zogenoemde ‘matching’ van onderzoeksgeld, zo lieten rond de zestig aanwezigen in de Doelenzaal van de UB aan Brentjes weten. De matching van onderzoeksgeld is feitelijk een sluitpost om onderzoeksprojecten sluitend te maken, legde Brentjes uit. ‘Waar het bij de matching op neer komt is dat gebudgetteerde onderzoekskosten die niet gedekt worden door de NWO-subsidie door de faculteit worden aangevuld.’
Inmiddels blijkt in toenemende mate dat faculteiten – bijvoorbeeld de FMG - onvoldoende ‘bijleggen’ om het onderzoek uit de tweede geldstoom kloppend te maken. Onderzoekers vrezen daardoor dat het aanvragen van een NWO-subsidie een loos gebaar kan worden, want als de matching niet wordt betaald komt het onderzoek niet van de grond.
Volgens Brentjes hebben faculteitsbesturen alle mogelijkheden om de matching uit een ander deel van hun budget te halen dan hun onderzoeksbudget te halen. Dit geldt even zeer voor onderzoek in de derde geldstroom, want daar zal de matching helemaal worden afgeschaft. Brentjes: ‘Maar faculteitsbesturen kunnen zelf beslissen het benodigde geld uit een ander budget dan het onderzoeksbudget te halen.’ Veel aanwezige onderzoekers lieten weten daar niets van te merken. (DW)
Ingedeeld in: Administratief Centrum, Medewerkers, Wetenschap,
Geplaatst op 23-11-2010 20:58
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
