
Klokkenluiders, mensen die openlijk uit de school klappen over misstanden binnen hun organisatie, kunnen in Nederland op geen enkele officiële steun rekenen terwijl de overheid werknemers en burgers met kliklijnen juist stimuleert om anoniem te klikken. Dit concludeerde Ellie Lissenberg bij haar afscheidscollege als hoogleraar criminologie vrijdag 15 februari in de Lutherse kerk. Lissenberg (1943) bekleedde negentien jaar de hoogleraarsstoel. In haar afscheidscollege schetste ze de positie waarin de Nederlandse klokkenluider zich bevindt. Een klokkenluider wordt door zijn directe omgeving gezien als een verrader; hij verliest zijn baan en netwerk en moet daardoor vaak met vervroegd pensioen. De Commissie Integriteit Overheid die klokkenluiders zou moeten bijstaan, functioneert niet. Vanaf 2002 zijn er de 31 meldingen geweest die allemaal niet ontvankelijk werden verklaard.
Kroongetuigen, criminelen die hun ‘bedrijfsgeheimen’ vertellen aan het Openbaar Ministerie, genieten een veel hogere status dan klokkenluiders. Volgens Lissenberg is dit statusverschil het gevolg van het ontbreken van een traditie in Nederland voor het omgaan met mensen die goed burgerschap betrachten en daarbij misstanden onder de aandacht brengen met gevaar voor eigen reputatie – kroongetuigen worden immers wel beloond.
Deze ‘typisch Nederlandse’ houding is volgens Lissenberg te verklaren door de heersende ambtenarencultuur waarbinnen men de problemen zo veel mogelijk intern oplost en de vuile was zo min mogelijk buiten hangt. (JdW)
Ingedeeld in: Wetenschap,
Geplaatst op 18-02-2008 00:00
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
