
Het ‘Groot Waschmeer’ in het Gooi blijkt veel groter te zijn geweest dan tot nu toe werd aangenomen.’
Dat ontdekte Jan Sevink, emeritus hoogleraar fysische geografie en bodemkunde aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) tijdens een bodemsaneringsproject in het natuurgebied de Laarder Wasmeren. Daarbij stuitte hij op sporen van oude paardenkarren, die in bodemlagen bewaard zijn gebleven. Bij de sanering zijn de sporen, die in een wijde boog rond het Grote Waschmeer lopen en dateren van de late Middeleeuwen, ontdekt. Sevink heeft hieruit geconcludeerd dat dit meer oorspronkelijk veel groter is geweest dan nu. De paardenkarrensporen zijn achtergebleven nadat de karren door wat toen de modderige oeverzones van het 'Groot Waschmeer' waren. Naast de karrensporen trof Sevink wetenschappelijk interessante bodemprofielen in het gebied aan. Deze bevatten vaak meerdere podzolprofielen die zich konden ontwikkelen doordat de bodem telkens met een nieuwe laag stuifzand werd bedekt. Nader onderzoek zal uitwijzen wanneer het stuiven van het zand voor het eerst is begonnen in dit gebied.
Bij het afgraven van een oud weggetje zijn verder onder meer pijpenkoppen en allerlei glaswerk ontdekt: Hilversums stadsafval van ongeveer een eeuw geleden. De meertjes op de grens van Hilversum en Laren danken hun naam aan het verhaal dat hier in vroeger tijden schapen werden gewassen voordat zij werden geschoren. (DW)
Ingedeeld in: Wetenschap, Nieuws,
Geplaatst op 06-05-2008 00:00
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
