
Huub van der Lubbe tijdens de Amsterdamlezing. Foto: Bob Bronshoff.
>Zanger Huub van der Lubbe van De Dijk hield op 25 mei de vierde Amsterdamlezing.
>‘Ik ben erg voor het subsidiëren van de opera.’
‘Ik heb wel een mening, maar die duurt een uur,’ zei zanger Huub van der Lubbe van De Dijk, tevens dichter, op 25 mei in de aula tijdens de vierde Amsterdamlezing. Hij hield een poëtisch en muzikaal essay, gitaar bij de hand, over de verhouding tussen hoge en lage cultuur. Onder het motto ‘Shakespeare was een beatgroep’ speelde hij een vertaling van sonnet 130 van Shakespeare om het verschil tussen hoog en laag te relativeren.
Daarnaast zong hij het lied ‘Mijn van straat geredde roos’. Van der Lubbe vroeg zich af of er wel een onderscheid tussen hoge en lage cultuur te maken is. De hiërarchie binnen de cultuur is volgens hem met de intrede van de popmuziek, en daarmee de intrede van het volk binnen de cultuur, verdwenen. Hoge cultuur staat niet meer per se voor goed en lage cultuur niet per se voor slecht. ‘Het enige onderscheid dat valt te maken is van kwalitatieve aard: het moet gewoon goed zijn. Zo vond ik Hazes niet zo goed. Ik hou niet van kromme zinnen. Maar hij had wel een prachtige snik, die had een betere begeleiding verdiend. Het is jammer als mensen het eigen genre niet op het spel zetten en op safe spelen.’Het relatieve onderscheid tussen hoge en lage cultuur blijkt ook uit Van der Lubbes eigen carrière. Na de publicatie van zijn liedteksten bij een vooraanstaande uitgever werd hij tot zijn eigen verbazing prompt gevraagd voor optredens in literaire kringen. Eenzelfde tekst kan blijkbaar zonder moeite behoren tot zowel hoge, als lage cultuur. Dat een onderscheid tussen hoog en laag moeilijk te maken valt, betekent volgens Van der Lubbe niet dat de traditionele hoge kunsten minder overheidssteun zouden moeten krijgen, integendeel.
‘Ik ben erg voor het subsidiëren van bijvoorbeeld opera. Zonder subsidie zou dat niet kunnen blijven bestaan en daarmee gooi je niet alleen de opera weg, maar een hele manier van denken, een op zichzelf staande schoonheid. Bij popmuziek ligt dat anders, die moet zichzelf vaak redden, dat is de charme. Maar ook popmuziek verdient overheidssteun. Er moet wel een podiumpje zijn waar je tenminste een beetje herrie kunt maken.’ (Onno La Rivière)
Ingedeeld in:
Geplaatst op 27-05-2010 11:58
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
