
Een groep van 25 hoogleraren van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid is woedend op het College van Bestuur, dat de faculteit wil overplaatsen van de Oudemanhuispoort naar het Roeterseiland. De giftige hoogleraren hebben het CvB afgelopen weekend een kwade brief gestuurd. Hieronder volgt de integrale tekst van de brief, inclusief de namen van de ondertekenaars.
Geacht college,
Ondergetekenden zijn als hoogleraar verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA. Het is ons bekend dat het besluit van uw college om de FdR te verplaatsen naar het Roeterseilandcomplex (REC) zich in een vergevorderd stadium bevindt. Wij maken tegen dit voornemen bezwaar. Terwijl de noodzaak van een verhuizing van de FdR naar ons oordeel niet is aangetoond, vrezen wij dat verhuizing naar het REC grote schade zal toebrengen aan de concurrentiekracht van onze faculteit.
1. Schade aan concurrentiekracht
De FdR is sedert 1880 in de OMHP gevestigd en sinds de jaren zestig hoofdbewoner van het OMHP-complex. ‘De Poort’ vormt dan ook sinds mensenheugenis het beeldmerk en boegbeeld van de faculteit. Onze faculteit wordt wijd en zijd – in binnen- en buitenland – met de OMHP geassocieerd. Generaties studenten hebben hun keuze voor een rechtenstudie aan de UvA mede laten bepalen door deze unieke locatie. Dat geldt ook voor het wetenschappelijke personeel. De wervende kracht die uitgaat van een werkplek in het historische hart van de binnenstad heeft bij velen van ons een grotere rol gespeeld bij de keuze voor een loopbaan bij de UvA dan universitaire arbeidsvoorwaarden die landelijk zijn gelijkgeschakeld en die de vergelijking met, bijvoorbeeld, de advocatuur niet of nauwelijks kunnen doorstaan.
Wij vrezen dat door verhuizing van de FdR naar het REC de concurrentiepositie van onze faculteit wordt aangetast, zowel op de studenten- als op de arbeidsmarkt. Dit is des te ernstiger nu van de FdR wordt verwacht dat zij in de toekomst niet alleen nationaal maar in heel Europa dingt naar de gunsten van studenten en talentvolle docenten en onderzoekers. Ook (juist) ten aanzien van buitenlandse studenten en wetenschappers biedt haar huidige locatie de FdR een belangrijk concurrentievoordeel.
Het heeft ons verbaasd dat uw college ter voorbereiding van het Huisvestingsplan geen aandacht aan dit aspect heeft besteed, en heeft nagelaten onderzoek te doen naar deze mogelijke, zeer schadelijke effecten van de verhuizing.
De toezegging van uw college dat de FdR in de toekomst gebruik mag blijven maken van de OMHP voor ‘representatieve’ activiteiten zoals summer schools, gaat aan dit bezwaar voorbij en biedt geen oplossing. Zodra de FdR eenmaal op het REC is gevestigd, zal het onpraktisch blijken te zijn om dergelijke activiteiten nog op de OMHP, die alsdan ver verwijderd zal zijn van de werkplek van de betrokken FdR-medewerkers, te organiseren.
2. Noodzaak van verhuizing niet aangetoond
De door uw college nagestreefde verhuizing is onderdeel van een groter Huisvestingsplan, waarbij diverse faculteiten betrokken zijn. Kern van het plan is het afstoten van diverse in het centrum gelegen panden van de FGW en verhuizing van de FGW naar het BG-terrein, alwaar een nieuwe bibliotheek GW moet verrijzen. Tijdens een overleg tussen uw college en een afvaardiging van de FdR op 22 januari jl. heeft uw voorzitter desgevraagd meegedeeld dat het plan niet inhoudt dat de FGW de OMHP in gebruik zal nemen. Het OMHP-complex zal in de visie van uw college een algemene universitaire functie (inclusief collegefaciliteiten voor GW-onderwijs) moeten gaan vervullen.
Naar onze overtuiging is de noodzaak van verhuizing van de FdR daarmee niet gegeven. Uitgaande van de geldende universitaire huisvestingsnormen biedt de OMHP na de reeds voorziene renovatie voldoende ruimte voor de FdR, nu en in de toekomst. Het vermeende ruimtekort op de OMHP wordt enkel veroorzaakt door een toenemend beslag op de OMHP door studenten GW. Daarvoor zijn andere, minder ingrijpende oplossingen denkbaar dan de verhuizing van een complete faculteit.
Overigens vragen wij ons af of de financiële premissen waarop het Huisvestingsplan gebaseerd is in het huidige financiële klimaat, waarin de vastgoedprijzen vooral in de kantoorsector zeer snel dalen, nog realistisch zijn. Wellicht bieden de huidige lage vastgoedprijzen juist nu nieuwe kansen om de aanwezigheid van de UvA in de binnenstad te versterken.
3. Geen quid pro quo
Zoals U weet, heeft de decaan van de FdR zich ten aanzien van een eventuele verhuizing steeds op het standpunt gesteld dat hij daaraan enkel wil meewerken op basis van een ‘offer we can’t refuse’. Hoewel blijkens een door de OR FdR georganiseerde enquête omstreeks de helft van de ondervraagde personeelsleden van de FdR – waaronder een belangrijk deel van de ondergetekenden – onder geen beding wenst te verhuizen, hebben wij (met onze decaan) met belangstelling uitgezien naar de inhoud van zo’n voorstel. Tijdens het overleg van 22 januari jl. is echter gebleken dat er van uw kant van enige reële compensatie voor de verhuizing naar het REC geen sprake is. Het is zelfs maar de vraag of het voor de FdR op het REC bestemde gebouw A exclusief voor onze faculteit gereserveerd zal zijn. Veel waarschijnlijker lijkt het dat dit gebouw ook zal worden gebruikt door een of meer andere faculteiten, zeker naarmate de FdR – zoals wij voorspellen – ten gevolge van de verhuizing zal inkrimpen en de universitaire huisvestingsnormen tot deling van het gebouw zullen dwingen. Van een nieuw facultair onderkomen op het REC met een duidelijk en representatief ‘eigen gezicht’ is met dat al geen sprake.
Een mogelijk voordeel van verhuizing naar het REC zou zijn de fysieke nabijheid van de gammafaculteiten FEB en FMG, waardoor interdisciplinaire samenwerking bevorderd zou kunnen worden. Wij erkennen dat dit positieve effect zich incidenteel kan voordoen, maar weten uit ervaring dat zelfs binnen een gebouwencomplex fysieke nabijheid zelden voldoende is voor succesvolle inhoudelijke samenwerking. Omgekeerd constateren wij dat de FdR reeds enkele jaren met succes samenwerkt met de FEB in het Amsterdam Center for Law & Economics (ACLE). Tevens tekenen wij aan dat voor de FdR samenwerking met de alfawetenschappen niet minder voor de hand ligt dan met onze gamma-collega’s.
Tenslotte: het heeft ons gestoord dat het CvB de binnen de FdR levende bedenkingen stelselmatig afdoet als ‘sentimentele bezwaren’. Onze bezwaren zijn rationeel en ernstig. Dat neemt niet weg dat er bij grote delen van het personeel van de FdR, en ook bij ons, inderdaad sprake is van een zekere emotionele verbondenheid met onze huidige werkplek op ‘De Poort’. Daar is naar onze mening niets verkeerds aan, en een verhuisplan heeft ook daar rekening mee te houden.
Wij verzoeken U met klem af te zien van uw voornemen de FdR naar het REC te verhuizen.
Afschriften van deze brief zenden wij aan de Centrale Ondernemingsraad, de Centrale Studentenraad, de Raad van Toezicht en de decaan FdR.
Hoogachtend,
Prof. mr. F.A.W.Bannier, hoogleraar advocatuur.
Prof. dr. Th.M. de Boer, hoogleraar internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking
Prof. dr. D.M. Curtin, hoogleraar Europees recht
Prof. mr. E.J. Dommering, hoogleraar informatierecht
Prof. dr. N.A.N.M. van Eijk, hoogleraar informatierecht
Prof. mr. W.T. Eijsbouts, hoogleraar Europees constitutioneel recht en zijn geschiedenis
Prof. mr. J.K.M.Gevers, hoogleraar gezondheidsrecht
Prof. dr. M.W. Hesselink, hoogleraar Europees privaatrecht
Prof. dr. A. J. Hoekema, hoogleraar rechtspluralisme
Prof. dr. P.B. Hugenholtz, hoogleraar recht van de intellectuele eigendom
Prof. dr. J.J.C. Kabel, hoogleraar informatierecht em.
Prof. mr. W. Konijnenbelt, hoogleraar staats- en bestuursrecht
Prof. dr. P.J. Kuijper, hoogleraar recht der internationale (economische) organisaties.
Prof. dr. M.B.M. Loos, hoogleraar privaatrecht
Prof. dr. C.W. Maris, hoogleraar algemene rechtsleer
Prof. dr. P.A. Nollkaemper, hoogleraar internationaal publiekrecht
Prof. dr. E. Lissenberg, hoogleraar criminologie em.
Prof. dr. J.A. Peters, oud-decaan en hoogleraar staatsrecht
Prof. dr. B.E. Reinhartz, hoogleraar notarieel recht
Prof. dr. A.F. Salomons, hoogleraar privaatrecht
Prof. dr. G.K. Sluiter, hoogleraar internationaal strafprocesrecht
Prof. mr. E. Ph. R. Sutorius, hoogleraar strafrecht
Prof. dr. I. C. van der Vlies, hoogleraar staats- en bestuursrecht, kunst en recht
Prof. mr. F.O.W. Vogelaar, hoogleraar economisch ordeningsrecht
Prof. mr. H.G. van der Wilt, hoogleraar internationaal strafrecht
Ingedeeld in: College van Bestuur, Rechten,
Geplaatst op 16-02-2009 15:50
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
