
Amsterdammers hebben grote moeite met de uitspraak van de Engelse taal. Dat constateerde onderzoeker Ton Koet, die deze week promoveerde. ‘Ik heb eens een bandopname van een Amsterdammer die Engels spreekt laten horen aan een Engelsman. Die zei dat de uitspraak klonk als een figuur die een slok te veel op heeft’, zegt Koet, docent Engels en informatica aan het Instituut voor de Lerarenopleiding van de UvA en coördinator van het vak 'Engels als instructietaal'.Reden voor de belabberde uitspraak is volgens Koet de ‘dikke tong’ en de ‘ronde lippen’ die het Amsterdams accent kenmerken. Grote problemen ontstaan bij het onderscheid tussen de ‘s’ klank en de ‘sj’. Koet: ‘Dat kan nogal eens tot begripsverwarring leiden. Stel nu dat je een goed afgerichte Engelse hond hebt en je wilt hem laten zitten. Normaal gesproken zeg je dan ‘sit’ tegen de hond. Maar een Amsterdammer zal hier snel ‘sjit’ van maken omdat hij het onderscheid tussen de twee klanken niet kent. U begrijpt zelf wel waar dit toe kan leiden.’
Opmerkelijk is dat de gebrekkige uitspraak vooral tot onvrede leidt bij andere Nederlanders. ‘Een Amerikaan of Engelsman vindt het al lang prima als de betekenis duidelijk is, maar Nederlanders zelf zijn heel kritisch op de uitspraak van landgenoten. Dat geldt ook voor docenten in het voortgezet onderwijs. Veel van hen vinden het Engels van Amsterdammers vreselijk. Zij laten zich bij het geven van een cijfer voor 17 procent leiden door hun beoordeling van de uitspraak, dus dat pakt voor Amsterdammers niet gunstig uit.’ Overigens geldt niet alleen voor Amsterdammers dat zij het Engels een geheel eigen klank geven, ook de koningin is volgens Koet niet feilloos. ‘Haar uitspraak is heel goed hoor, maar als de koningin Engels praat, dan hoor ik daar direct een bekakt accent doorheen.’ (FM)
Ingedeeld in: Wetenschap,
Geplaatst op 20-09-2007 00:00
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
