
>Financiële situatie economische faculteit ‘zeer ernstig’.
>Interim-decaan Eric Fischer: ‘Mij zou het niet verbazen als er nog meer lijken uit de kast komen.’
De Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) beleeft financieel zware tijden. Interim-decaan Eric Fischer, die in februari aantrad na het gedwongen vertrek van decaan Tom Wansbeek, spreekt van een ‘zeer ernstige’ situatie. De FEB rekent dit jaar op 40,2 miljoen euro aan inkomsten, tegenover 47,3 miljoen aan uitgaven. Het verwachte tekort bedraagt dus 7,1 miljoen euro. Er is inmiddels een stuurgroep opgericht onder leiding van de decaan. Deze stuurgroep zal met plannen komen om het gat weg te werken. Gedwongen ontslagen worden niet uitgesloten. ‘Volgens de CAO zouden dat in beginsel als eerste de mensen zijn die het kortst aan de faculteit zijn verbonden, het zogeheten last in, first out-systeem,’ zei Fischer. ‘Een systeem waar ik niet erg vrolijk van word, want het betekent dat jongeren er als eerste uitgaan.’
Fischer sprak vanochtend op een bijeenkomst voor het personeel van de faculteit. Ook volgende week zal er een bijeenkomst zijn waarop het personeel wordt bijgepraat over de nijpende financiële situatie, die alle afdelingen van de faculteit betreft: Algemene economie, Kwantitatieve economie, Business studies en de afdeling die het commerciële Executive programme verzorgt.
Naast het wegwerken van het tekort heeft de faculteit bovendien van het College van Bestuur de opdracht gekregen een eigen vermogen op te bouwen van tussen de zes en zeven miljoen euro. Dit betekent dat de faculteit in totaal zo’n dertien miljoen euro moet zien te vinden. Fischer: ‘En dat bedrag kan nog verder toenemen tot 20 à 22 miljoen, als er bij ontslagen ook nog wachtgelden moeten worden betaald. Mij zou het bovendien niet verbazen als er nog meer lijken uit de kast komen.’
Een groot deel van het tekort is veroorzaakt door het uit de hand lopen van de salarislasten, zei Fischer. ‘Die liggen twintig procent hoger dan bij andere faculteiten.’ Op de FEB is tot nu toe een regeling van kracht waarbij docenten die meer lesuren geven dan de voor hen vastgestelde norm van 150 docent contacturen (DCU’s) per jaar, daarvoor worden gecompenseerd in de vorm van extra salaris, een doorbetaalde sabbatical of extra geld voor de onderzoeksgroep van de docent in kwestie. Het faculteitsbestuur gaat die extra uren nu beschouwen als ‘overwerk’ en dat zou volgens de CAO niet uitbetaald hoeven te worden.
Het bestuur kijkt hier overigens anders tegen aan dan de facultaire ondernemingsraad (OR). Na afloop van de bijeenkomst zei Roel van der Voort van de OR: ‘Het faculteitsbestuur meent dat aan wetenschappelijk personeel vanaf schaal elf geen overwerk mag worden uitbetaald, maar het gaat volgens de CAO om ondersteunend personeel. Er is bovendien geen sprake van overwerk, maar van meerwerk door het toewijzen van extra taken. En meerwerk moet worden betaald.’
Volgens Van der Voort, programmadirecteur aan de Amsterdam Business School, moet er meer gebeuren dan alleen snijden in de personeelslasten. ‘Er moet een heel nieuw onderzoeksbeleid worden geformuleerd. Verspreid over vijf jaar betaalde het College van Bestuur een aantal jaren geleden acht miljoen euro bij aan de oprichting van de business school. Niemand heeft zich ooit gerealiseerd dat dit een eenmalig bedrag zou zijn, dus het is uitgegeven aan het aanstellen van mensen die je moet blijven betalen. De dertien miljoen die Fischer nu moet vinden, zal hij niet vinden. Dat is een heilloze weg, want dertien miljoen euro vinden is onmogelijk. De hele faculteit moet een nieuwe basis krijgen die duurzame exploitatie mogelijk maakt: personeel moet veel flexibeler ingezet worden,een micro-econoom moet ook colleges finance of entrepreneurship kunnen geven. Daarnaast moet er meer verdiend worden, met name door de executive opleidingen, waar nu vijfenhalf miljoen euro per jaar wordt omgezet. Dat kan naar de acht miljoen.’
Vanuit de zaal werden er een aantal vragen op de decaan afgevuurd. Die gingen onder meer over de samenwerking met de HvA. ‘De synergie daarvan wordt gigantisch overschat. Het kost vooral geld en zal geld blijven kosten,’ zei een van de medewerkers. Fischer: ‘Ik heb weinig zicht op de samenwerking met de HvA, maar wat ik er tot nu toe van vernomen heb, loopt het niet zo lekker. Uit gesprekken met mijn HvA-collega verneem ik steeds dat studenten die aan de UvA niet voldoen, niet naar de HvA gaan, maar naar een andere universiteit.’ Bedoeling van de samenwerking was dat dergelijke studenten zouden afstromen naar de HvA. Docent Herman ten Napel gaf Fischer nog als tip mee de voorlichting naar aanstaande studenten ‘serieuzer en veel minder wervend’ te organiseren. ‘De helft van de studenten die hier binnen komt is totaal ongeschikt. Dat kost handen vol geld.’ (DW)
Ingedeeld in: Medewerkers, Financien, FEB, College van Bestuur, Bestuur,
Geplaatst op 04-05-2010 19:02
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
