
Dyslexie en dyscalculie zijn de meest voorkomende handicaps onder studenten. Ook psychische problemen komen geregeld voor. Wat doen de universiteiten om hen te steunen? De UvA krijgt een zes min.
Dat blijkt uit de Gebruikerstoets Studeren met een handicap 2007, die is uitgevoerd door het Centrum hoger onderwijs informatie voor consument & expert (CHOICE). In het onderzoek zijn in totaal 23.000 voltijdsstudenten in het hoger onderwijs ondervraagd, waarvan 5900 in het wetenschappelijk onderwijs. Van hen gaven 505 aan problemen te ondervinden door een handicap of functiebeperking, wat neerkomt op 8,8 procent.
Van de genoemde handicaps komt letter-, lees- en cijferblindheid het meest voor: 41 procent. Op de tweede plaats, met 14 procent: psychische problemen. De verdeling van de handicaps verschilt. Mannen hebben vooral last van concentratieproblemen, gezichtsbeperkingen en dyslexie, vrouwen klagen over energietekort en pijnklachten, en lijden aan bewegingsbeperkingen en chronische ziekten. Studies waar naar verhouding veel studenten met een handicap rondlopen zijn informatica, aardwetenschappen, Engels, wijsbegeerte en kunstgeschiedenis.
CHOICE heeft ook zogenoemde ‘driejaars scores’ bepaald, waarin in een totaaloordeel wordt gegeven van alle dertien universiteiten, gerekend over de jaren 2005 tot en met 2007. In dat totaaloordeel komt de UvA uit op een zes min, precies gezegd een 5,99. De UvA staat daarmee op de elfde plaats. De Erasmus Universiteit staat onderaan met een 5,3; Enschede staat bovenaan met een 7,0. Het minst zijn de UvA-gehandicapten te spreken over de voorlichting die ze van de UvA krijgen ten aanzien van hun functiebeperking: een 5,5. Gehandicapte UvA-studenten zijn tevreden over de mate waarin docenten begrip hebben voor hun situatie. Daarvoor krijgt de UvA een 7.0 (DW)
Ingedeeld in: Onderwijs, Studenten, Nieuws,
Geplaatst op 07-02-2008 00:00
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
