
>Fred Spier gaf op 20 april een lezing als voorproef op zijn boek Big History and the Future of Humanity bij Broodje kennis.
>Het boek verschijn 26 mei en behelst een verklaring van grote lijnen in de geschiedenis van de big bang tot aan de hedendaagse samenleving.
Fred Spier (universitair docent interdisciplinaire studies) analyseert de geschiedenis ‘in het groot’, vanaf de big bang tot en met het leven op aarde zoals we dat nu kennen. Als voorproef op zijn boek Big History and the Future of Humanity dat 26 mei verschijnt, gaf Spier 20 april een lezing bij Broodje kennis. In het boek analyseert en verklaart Spier grote lijnen in de geschiedenis, door natuurwetenschappelijke theorieën en cultureel-antropologische verklaringen te combineren.
Spier benadert de geschiedenis in termen van energie, materie, complexiteit en omstandigheden. In het kader van de lezing bij broodje kennis, stelt hij bijvoorbeeld dat een belegd broodje in feite een broodje zonne-energie is, door de mens is complexiteit toegevoegd aan de basismaterie. De mens is het enige organisme dat naast passieve complexiteit, die ook door dieren kan worden geconstueerd (bijvoorbeeld de dammen die bevers maken) ook actieve complexiteit kan genereren. 'Door actieve complexiteit stroomt energie. Een simpel voorbeeld hiervan is een stofzuiger' aldus Spier.
Alle organismen zoeken naar de meest gunstige omstandigheden. Spier illustreert dit aan de hand van het sprookje Goudlokje. Goudlokje ging op avontuur in het bos en kwam bij het huis van een berenfamilie. Er was niemand thuis maar er stonden drie borden pap, een grote een gemiddelde en een kleine. Goudlokje zoekt degene die precies de goede temperatuur en hoeveelheid was voor haar. Zij zoekt ook naar een geschikte stoel en bed uit de drie keuzes. Spier noemt dit het Goldilocks principle, iets wat ieder organisme doet; binnen bepaalde grenzen de meest gunstige keuzes maken voor het soort, wat in evolutie gebeurt. Zo heeft iedere soort zijn eigen Goldilocks principle.
De mens heeft een wereld gecreëerd die bestaat uit steeds complexere constructies, onder meer door het gebruik van fossiele brandstoffen, waarmee gunstigere omstandigheden voor de mens zijn gecreëerd. Bijvoorbeeld door het gebruik van benzine om vervoer sneller te maken. Over honderd a tweehonderd jaar zijn de fossiele brandstoffen volgens Spier echter op. In plaats van energie van binnenuit de aarde, is de mens dan weer afhankelijk van energie van buiten de aarde, zoals wind- en voornamelijk zonne-energie. Wanneer dat het geval is, zal de complexiteit van het leven van de mens op aarde volgens Spier weer afnemen, doordat de grote benodigde hoeveelheid zonne-energie moeilijk te genereren zal zijn. Woestijnen kunnen wel volgezet worden met zonnepanelen, maar problemen hierbij zijn bijvoorbeeld dat na een zandstorm de panelen afgestoft moeten worden. Het kost volgens Spier dus ook energie om zonne-energie de genereren.
Als tweede probleem voor de toekomst ziet Spier het opraken van de fossiele stof fofsor, het basisingrediënt van kunstmest. Voor complexiteit die de mens heeft gegenereerd in het landbouwsysteem door middel van kunstmest, moet nog een vervanger voor fosfor worden gevonden om dezelfde mate van complexiteit in het landbouwsysteem te kunnen behouden.
Spier raakte in 1968 geïnteresseerd in het heelal, de aarde en het ontstaan ervan door de eerste foto van de aarde vanaf het perspectief van de maan, Earthrise, gemaakt vanuit de eerste bemande missie die in een baan om de maan werd gebracht, de Apollo 8. Zie afbeelding. (MMJ)
Ingedeeld in: Wetenschap,
Geplaatst op 20-04-2010 15:46
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
