
>Het CvB onderbouwt beleidsvoorstellen met niet bestaande cijfers.
>Dat is een van de voorbeelden uit de brandbrief die de CSR naar de Raad van Toezicht stuurde met het verzoek om in te grijpen in het handelen van het CvB.
Vandaag behandelt de Raad van Toezicht (RvT) de brief, die in handen is van Folia. Hierin schrijft de CSR dat de Raad vaak niet alleen gebrekkig wordt geïnformeerd, maar dat ze van het CvB ook foutieve informatie krijgt over onderwerpen waar de CSR medezeggenschap over heeft.
Ook is de argumentatie die het CvB gebruikt ter onderbouwing van beleidsvoorstellen vaak niet afdoende of ontbreken de cijfers waar het bestuur zich op zegt te baseren. Het is uitzonderlijk dat een medezeggenschapsorgaan een brief op hoge poten schrijft aan het College. Of de behandeling van de brief te maken heeft met het vertrek van Karel van der Toorn, is onduidelijk.
Een van de voorbeelden in de brief heeft betrekking op de verhoging van het tarief voor deeltijdstudenten die het CvB graag wilde invoeren. Het CvB gaf als argument dat ‘de meerderheid van alle deeltijdstudenten die in 2008 stonden ingeschreven meer dan 30 EC per jaar behaalde.’ Die cijfers bleken bij Juridische Zaken niet bekend te zijn en bij navraag ook nog eens onjuist: niet de helft, maar een derde van de deeltijdstudenten haalde in 2007 en 2008 meer dan 30 EC in één jaar.
Michael Jungen, voorzitter van de CSR, laat weten dat hij vanmiddag hoopt tot oplossingen te komen in een constructieve vergadering met de RvT. ‘Het doel van deze brief is het versterken van de medezeggenschap. Op een hoger plan hopen we ook dat de kwaliteit van besturen zo verbeterd wordt.’
De lijst met voorbeelden die de CSR noemt en waarin er sprake is van foutieve of vertraagde informatie, is lang. Hieronder een paar van de opvallendste punten uit de brief letterlijk geciteerd:
- De CSR heeft verkeerde informatie gekregen over het ontwerp Roeterseilandcomplex (REC) AB C. Mede hierdoor heeft de CSR in eerste instantie negatief moeten adviseren op de huisvestingsplannen en heeft het hele proces onnodig vertraging opgelopen.
- De CSR wilde, naar aanleiding van de adviesaanvraag Inschrijvingsbesluit 2010-2011, graag weten op welk cijfers het besluit om de deeltijdtarieven op te trekken naar voltijdtarief. Na 3 weken heeft de CSR moeten vernemen dat Juridische Zaken deze cijfers niet in zijn bezit had. Uiteindelijke heeft de CSR op eigen initiatief Documentaire Informatievoorziening (DIV) gevraagd deze cijfers te leveren. Het langdurig wachten op de cijfers heeft ertoe geleid dat de besluitvorming vertraagd werd.
- De CSR is op een Informeel Overleg toegezegd dat hij de uitkomsten van een werkgroep over rapport Veerman, die de rector zelf voorzat, toegestuurd kon krijgen. Later bleek echter dat dit rapport vertrouwelijk was. Door het uitblijven van deze informatie heeft de CSR moeite ondervonden bij de voorbereiding van de Overlegvergadering (OV) en zijn adviezen vertraagd.
- De CSR moet vaak zaken over de koers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) via de media verkrijgen, bijvoorbeeld over het onderzoek naar samenwerking met de Vrije Universiteit (VU). Zulke stappen hebben in potentie grote invloed op studenten en het is dus belangrijk dat de CSR hiervan tijdig op de hoogte wordt gesteld.
- In de adviesaanvraag Inschrijvingsbesluit 2010-2011 werd gesteld dat ‘de meerderheid’ van alle deeltijdstudenten die in 2008 stonden ingeschreven meer dan 30 EC per jaar behaald heeft. Dit was, aldus de toelichting van het College, de reden om de deeltijdtarieven op te trekken naar voltijdtarief. De CSR vond het opmerkelijk dat cijfers uit een enkel jaar voldoende aanleiding zijn voor een dusdanig drastische maatregel, en was dan ook erg benieuwd naar de achterliggende cijfers. Zoals al eerder in de brief genoemd, bleken deze cijfers niet bij Juridische Zaken bekend te zijn. Uit de cijfers die DIV vervolgens leverde bleek dat de genoemde meerderheid onjuist was: slechts 1/3 van alle deeltijdstudenten die ingeschreven stonden in 2008 (en 2007) haalden meer dan 30 EC in één jaar. 7 weken nadat de CSR de adviesaanvraag van het inschrijvingsbesluit had ontvangen, is er toegegeven dat 1/3 van de ingeschreven deeltijdstudenten waar gegevens over bekend zijn meer dan 30 EC in één jaar hadden behaald.
- Bij de behandeling van de adviesaanvraag Inschrijvingsbesluit 2010-2011 is gecommuniceerd dat het wettelijk verplicht was de Europese Economische Ruimte (EER) en de niet-EER tarieven gelijk te stellen. Uit een later verkregen interne notitie bleek echter dat dit wel mocht en het een expliciete keuze van het College was.
- Er is op meerdere vlakken onvoldoende onderbouwing gegeven voor het voornemen de master Operations Research (ORM) af te schaffen. De GV benoemt de onvoldoende onderbouwing in de brief waarin zij zich onthoudt van instemmen. Zij vindt dat er een onvoldoende financieel argument aan ten grondslag lag, dat de cijfers van de studentenaantallen niet actueel waren en dat de alternatieven niet voldoende onderzocht zijn. Tot op heden, inmiddels vijftien weken later, is hierop nog steeds geen reactie gekomen van het College. (FB)
Ingedeeld in: CSR, Nieuws,
Geplaatst op 05-07-2011 11:06
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
