
>Hoog percentage mannen leidt tot veel verschillen, bijvoorbeeld minder deeltijd.
>Qua branche scoort onderwijs het slechtst.
Mensen die een wetenschappelijke bètaopleiding hebben gevolgd zijn maar in drieënvijftig procent van de gevallen werkzaam in een bètaberoep, terwijl drieënnegentig procent van de niet- bètaopgeleide werknemers werkzaam is in een niet- bèta beroep. Verder zijn werknemers met een bètaopleiding vaker man, werken ze vaker in voltijd, en zijn ze gemiddeld ouder dan werknemers zonder bètaopleiding. Dit staat in de Bèta-loopbaanmonitor 2008, uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van onder andere het Platform Bèta techniek. Het onderzoek is gebaseerd op de Loonwijzer-enquête van de Universiteit van Amsterdam, waaraan dertigduizend werknemers deel hebben genomen.
Wat betreft loon verdienen de bèta’s met minder harde opleidingen als informatica, geografie en biologie het minst, bruto zo’n tweeëntwintig euro per uur. Het meest verdienen bèta’s uit de natuur en techniek hoek, met studies als technische scheikunde, econometrie en technische bedrijfskunde. Het verschil is niet enorm, zij verdienen bruto zo’n vijfentwintig euro per uur.
Het onderzoek richtte zich ook op baankenmerken als extra arbeidsvoorwaarden; carrièremogelijkheden; arbeidstraining; en door werkgever betaalde training. Qua branche scoort onderwijs op vrijwel alle kenmerken het slechtst, het loon is beduidend lager met gemiddeld zo’n vijftien euro per uur, en slechts vijfendertig procent van de werknemers in de onderwijsbranche ervaart de carrièremogelijkheden als goed.
Bèta’s zijn over het algemeen meer tevreden over in hoeverre het niveau van hun baan aansluit op het niveau van hun opleiding, bij niet- bèta’s vindt dertig procent van de ondervraagde werknemers het baanniveau te laag, tegen negentien procent bij bèta’s.
Veel verschillen tussen bèta’s en niet- bèta’s zijn terug te voeren op het grote aandeel mannen binnen de bèta’s. Zo is het percentage deeltijders vijfentwintig procent hoger onder niet-bèta’s, maar gecorrigeerd naar geslacht is er weinig verschil. Bij bèta’s tref je slechts vijf procent meer voltijders onder vrouwen dan bij niet- bèta’s. Het hoge percentage voltijders van eenenzeventig procent, ten opzichte van zesenvijftig procent bij niet- bèta’s zorgt er wel voor dat bèta’s ontevredener zijn over de vrije tijd in hun werk. (HvdM)
Ingedeeld in: landelijk, FNWI, Wetenschap, Nieuws,
Geplaatst op 30-03-2009 16:21
Gerelateerde artikelen

















Collegevoorzitter Karel van der Toorn is opeens opgestapt. Wie moet hem opvolgen?
