actueel

‘Waarom hebben we de FMG eigenlijk nog nodig?’

Dirk Wolthekker,
26 februari 2016 - 10:01

Sinds de bezettingsacties van vorig jaar wordt overal aan de UvA decentralisatie van (mede)zeggenschap geëist. Maar op de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG) is er juist te veel gedecentraliseerd, bleek gistermiddag tijdens een ‘hervormingsdebat’, georganiseerd door de commissie democratisering en decentraliseringLees hier meer over de commissie democratisering en decentralisering (D&D).

Een studentenraad die meent ‘dat de medezeggenschap goed functioneert’, een ondernemingsraad die ‘proactief meedenkt en meepraat over zaken die te maken hebben met goed onderwijs en goed onderzoek’ en een welwillende decaan die tot uiterlijk 1 september zal aanblijven en zegt: ‘Ik constateer dat bijna de helft van het aantal geformuleerde knelpunten met communicatie te maken heeft.’ De stemming in zaal C0.01 van de Roeterseilnadcampus was gisterenmiddag opvallend goedgemutst.

Foto: Dirk Wolthekker

Misschien kwam het ook doordat commissievoorzitter Lisa Westerveld bij aanvang van het debat een geruststellende toon aansloeg. ‘We gaan niet de hele universiteit op haar kop zetten zonder de academische gemeenschap te raadplegen. Trouwens, de universiteit op haar kop zetten gaat denk ik sowieso niet gebeuren.’ Een groot deel van de commissie was aanwezig, maar de opkomst viel tegen, ongeveer zestig mensen. Gespreksleider Rob Hagendijk lichtte toe: ‘We hebben nogal wat afzeggingen gehad, waaronder die van de nieuwe decaan, Hans Brug. Misschien betekent dit dat de mensen het veel drukker hebben met hun werk dan in de tijd dat ik nog aan de faculteit was verbonden.’

 

‘Self-inflicted werkdruk’

En daarmee was gelijk een bruggetje gemaakt naar een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomst: de werkdruk van medewerkers. Die wordt door een groot deel van de faculteit ervaren. OR-voorzitter Charlotte Hille haalde zelfs een percentage aan van 45 procent van alle UvA-medewerkers die een te hoge werkdruk ervaart. Decaan Eric Fischer erkende dat de werkdruk groot is. ‘Maar die werkdruk is niet overal even groot. Daarbij is mijn indruk dat werkdruk bij onderzoekers ook vaak self-inflicted is, ze leggen het zichzelf op.’

 

Fischer zei dat de hoge werkdruk ‘best lastig’ op te lossen is, omdat er niet zomaar een zak geld beschikbaar is om meer docenten aan te trekken. ‘Honderd fte’s extra kost de faculteit 7,3 miljoen op jaarbasis. Dat hebben we niet. De werkdruk moet worden opgelost binnen het bestaande facultaire budget.’ Een van zijn oplossingen zou kunnen zijn het opheffen van kleine vakken. Ook het bieden van meer hoorcolleges of het overhevelen van geld van onderzoek naar onderwijs werden genoemd.

‘Het is lastig om voor tijdelijk onderzoek vaste staf aan te trekken’

De door velen binnen en buiten de FMG verguisde jaarindeling 8-8-4 – en de ermee samenhangende werkdruk – kwam uiteraard ook ter sprake, waarbij opviel dat er een tamelijk grote eensgezindheid heerste over een jaarindeling an sich, al blijft de vraag of het 8-8-4 moet zijn of bijvoorbeeld 10-10 of elke andere uniforme jaarindeling. Docent Renske van Bronswijk: ‘Maar dit systeem zorgt voor een grote werkbelasting. Er zijn te veel piekmomenten in het jaar gekomen. De piekbelasting is te hoog.’ Oud OR-voorzitter Jacobijn Olthoff sloot zich daarbij aan: ‘Er zijn ook veel te veel toetsmomenten.’ Studentenraadsvoorzitter Lina van Hirtum: ‘Studenten hebben door 8-8-4 meer werkdruk en onrust dan vroeger.’

 

Een dikke flexibele schil

Nog afgezien van 8-8-4 blijft het personeelsbeleid aan de FMG een probleem vanwege de talrijke tijdelijke contracten, die voor een deel worden veroorzaakt doordat de faculteit zeer succesvol is in het aantrekken van onderzoeksubsidies uit de tweede en derde geldstroom. Fischer: ‘Het gaat om dertig à veertig miljoen euro aan subsidies. Alleen: dit geld is bedoeld voor tijdelijk onderzoek dat een paar jaar duurt en dan weer is afgelopen. Het is lastig om voor tijdelijk onderzoek vaste staf aan te trekken.’

‘Op de een of andere manier zul je onderzoek toch iets meer moeten waarderen dan onderwijs. Je kunt niet op basis van je onderwijskwaliteiten aan de UvA een wetenschappelijke carrière maken in Amerika’

Ook de zogenoemde ‘judo’s’, juniordocenten, voelen zich nogal eens in de kou gezet doordat ze vanwege hun tijdelijkheid en geringe ervaring niet mee kunnen of mogen doen aan aanvullende opleidingen, zoals de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO). En dan is er nog het verschil in waardering tussen onderwijs en onderzoek. Iedereen roept al jaren dat er meer waardering moet komen voor onderwijs en voor hoogwaardig docentschap. Gistermiddag werd dat ook weer gezegd, al plaatste psycholoog Han van der Maas de zaak in internationaal perspectief: wie de ambitie heeft een internationale wetenschappelijke carrière te maken zal zijn ambities gefnuikt zien als hij of zij aan de UvA ‘slechts’ een voortreffelijk docent was. ‘Op de een of andere manier zul je onderzoek toch iets meer moeten waarderen dan onderwijs. Je kunt niet op basis van je onderwijskwaliteiten aan de UvA een wetenschappelijke carrière maken in Amerika.’

 

Te gedecentraliseerd?

Ook de staat van de medezeggenschap kwam aan bod. Opvallend genoeg was studentenraadsvoorzitter Lina van Hirtum daarover heel tevreden. ‘De medezeggenschap functioneert goed.’ Even opvallend was dat van verschillende kanten werd vernomen dat het met de noodzaak tot decentralisering van de medezeggenschap, op de FMG althans, wel meevalt. Van Hirtum: ‘Veel medezeggenschapsbeslissingen zijn op de FMG al naar een laag niveau gedelegeerd. De faculteit is al heel decentraal ingericht.’ Decaan Fischer zei er niettemin mee in zijn maag te zitten. ‘Ik moet de problemen op een laag niveau in de faculteit ophalen, ze tot de mijne maken en ze  vervolgens neerleggen bij de ondernemingsraad of de studentenraad om er iets over te kunnen zeggen.’ En zo leek het een jaar na de Maagdenhuisbezetting wel goed te zitten met die decentralisering.