Foto: Daniël Rommens
actueel

Atzo Nicolaï: ‘Een gekozen college heeft niet mijn voorkeur’

Dirk Wolthekker,
16 november 2015 - 12:16

Hij trad de afgelopen maanden opvallend weinig naar buiten en leek daardoor afwezig in het democratiseringsdebat van UvA en HvA. Desondanks is Atzo Nicolaï (links op de foto), voorzitter van de Raden van Toezicht van beide instellingen, verantwoordelijk voor de UvA en de HvA. Nicolaï spreekt voor het eerst sinds de bezettingen over democratisering, de nieuwe collegevoorzitter en de vermeende onzichtbaarheid van de Raad van Toezicht. ‘Wij zijn misschien niet zichtbaar, maar wel aanspreekbaar.’

Atzo Nicolaï (VVD) is sinds 1 juli 2012 voorzitter van Raden van Toezicht (RvT) van UvA en HvA en windt er maar geen doekjes om: het is een lastige tijd geweest voor de UvA en de problemen zijn nog niet opgelost. Maar het begin is er volgens hem: op korte termijn zullen de profielschetsen voor een nieuwe collegevoorzitter en een nieuwe rector magnificus ter instemming worden voorgelegd aan de medezeggenschapsorganen van beide instellingen. Als die instemming er is kan de werving voor nieuwe bestuurders beginnen.

 

Er is veel kritiek geweest op het ‘old boys network’ dat baantjes onderling zou verdelen. Hoe gaat u voorkomen dat er opnieuw via de bekende kanalen bekende bestuurders worden aangetrokken?

‘Ik sta zeer open voor frisse en onbekende kandidaten. We zetten gewoon een advertentie online waarop iedereen kan solliciteren. Ik hoop dat deze selectieprocedure daar een bijdrage aan gaat leveren. Voor het eerst gaat aan de benoeming van collegeleden een open procedure vooraf met een brede sollicitatie- en benoemingscommissie.’

 

Hoe kijkt u terug op de turbulente tijd rond de bezettingen van het Maagdenhuis en Bungehuis?

‘Ik heb er een dubbel gevoel over. Er is en wordt een heel wezenlijke discussie gevoerd over zaken waarover iedereen zich zorgen maakt. Dat die discussie nu in beide instellingen wordt gevoerd en ook wordt bevorderd vind ik winst. Aan de andere kant is de onvrede het afgelopen jaar meer geëscaleerd dan ons als Raad van Toezicht lief is.’

'Ik ben en blijf een voorstander van rendement'

Heeft u voorzien dat de situatie zou escaleren?

‘Wij als toezichthouders niet en ik denk ook andere bestuurders niet. Wat we de afgelopen jaren wél signaleerden waren de zorgen die er achter de protesten zaten: de druk op de kleine studies, tijdelijke contracten en de relatie met de medezeggenschap. Die zorgen hebben we de afgelopen jaren gesignaleerd en besproken, maar niet opgelost. Ik hoop en verwacht dat dit nu gaat gebeuren, al zeg ik daar wel bij dat ik een voorstander ben en blijf van rendement, maar niet van doorgeschoten rendement.’

 

Er is de afgelopen maanden zeer kritisch gesproken over de corporate culture aan de UvA. De universiteit zou te veel als bedrijf zou functioneren.

‘Een universiteit is niet een bedrijf en moet dat ook niet willen zijn. Een universiteit is in haar wezen iets anders dan een op winst gerichte organisatie. Het geld dat er is moet worden geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek. Voorwaarde daarvoor is een efficiënte bedrijfsvoering, waar afspraken worden gemaakt over de verdeling van publiek geld, want daar hebben we het over. Geld is trouwens niet een vies woord wat mij betreft, dus universiteiten moeten ook zelf proberen zo veel mogelijk geld binnen te halen.’

 

De onafhankelijkheid en objectiviteit van onderzoek komt daarbij gemakkelijk onder druk te staan, is een vaak gehoord verwijt.

‘In zijn algemeenheid denk ik dat dit niet zo is. De universiteit en hogeschool staan midden in de maatschappij en daarmee ook midden in de economie. Er moet van geval tot geval geborgd worden of wetenschappelijk onderzoek voldoende objectiviteit heeft en daarmee voldoet aan de wetenschappelijke criteria.’

 

Er is veel kritiek geweest op de onzichtbaarheid van de Raad van Toezicht de afgelopen maanden.

‘Wij zijn als toezichthouders misschien niet direct zichtbaar voor de buitenwereld, maar dat is ook een keuze die je als toezichthouder maakt. Er is heel veel debat en discussie en dan is het goed als er een partij is die buiten de directe discussie staat, maar achter de schermen steeds meekijkt. Wij willen niet op de schoot zitten van de bestuurders, maar houden gescheiden verantwoordelijkheden aan: het CvB bestuurt, wij houden toezicht. Overigens betekent dit niet dat we niet aanspreekbaar zijn, want dat zijn we wel. Ik ben zelf bij een paar bijeenkomsten en discussies geweest en Gerard Mols, die in de Raad van Toezicht zit op voordracht van de medezeggenschap, is er ook vaak bij.’

Foto: VVD
Atzo Nicolaï

De minister heeft in een landelijk interview gezegd dat een gekozen college van bestuur ‘de universiteit om zeep helpt’. Hoe denkt u daarover?

Een gekozen college zou mijn voorkeur niet hebben. Dat is wat mij betreft ook niet nodig, want in de procedure waar we nu voor hebben gekozen heeft de academische gemeenschap een grotere rol dan ooit. Dat de medezeggenschapsorganen nu mogen instemmen met de profielschetsen en zijn opgenomen in de sollicitatiecommissies duidt erop dat de benoeming wezenlijk en principieel is veranderd en dat vind ik ook goed.

Een gekozen college van bestuur zou voor ons als toezichthouders bovendien een probleem opleveren, want we zouden verantwoordelijk zijn voor beleid van mensen die we niet zelf hebben aangesteld. Maar uiteraard zal de commissie democratisering en decentralisering hier ook naar gaan kijken.’

 

Sommigen vinden dat u als RvT ook helemaal niet nodig bent. Die mensen willen dat studenten en medewerkers gezamenlijk toezicht houden op het bestuur van de universiteit en hogeschool.

‘Er zitten twee mensen op voordracht van de medezeggenschap in de Raden van Toezicht van UvA en HvA. Ik geloof in een systeem zoals wij dat nu hebben: dat van de door de minister aangestelde toezichthouder die publiekelijk verantwoording aflegt over publieke uitgaven aan een publieke instelling. Dat vind ik cruciaal.’

 

Stel dat de commissie Democratisering en Decentralisering, die binnenkort van start gaat, tot de conclusie komt dat het zogenoemde ‘burgemeestersmodel’ zou moeten worden ingevoerd, waarbij de academische gemeenschap kiest en de RvT benoemt. Wat zou u daar dan van vinden?

‘Als de conclusie van die commissie zou zijn dat de benoeming van collegeleden voortaan op die manier moet worden vorm gegeven, dan gaan we daarover zeker de discussie aan. Ik sta zeer open voor die discussie. We moeten dan wel kijken hoe we ook de HvA meenemen in het proces, want het gaat om een college voor UvA én HvA.’

Foto: Clara van de Wiel
Atzo Nicolaï bij een debat tijdens de Maagdenhuisbezetting

Waarom hebt u niet besloten om UvA en HvA nu al gelijk elk een apart college van bestuur te geven?

‘Een evaluatie van strategische samenwerkingen is nadrukkelijk opgenomen in de profielschetsen die zijn opgesteld voor de nieuwe voorzitter en rector magnificus. Die opdracht zal open en breed zijn en betekent dus ook dat er een evaluatie komt van de samenwerking tussen UvA en HvA.’

 

Nevenfuncties stonden de afgelopen maanden ook nogal onder druk naar aanleiding van het Schiphol-commissariaat van Louise Gunning. Wat vindt u daarvan?

‘UvA en HvA zijn instellingen die midden in de samenleving staan en een commissariaat kan daarbij horen., maar nevenfuncties zijn een punt waar we kritisch naar blijven kijken. Collegeleden leggen een voorgenomen commissariaat altijd aan ons voor en we kijken dan naar tijd, verenigbaarheid en meerwaarde van het commissariaat.’

 

Vindt u – achteraf gezien – dat het Schiphol-commissariaat van Louise Gunning juist was?

‘Ook het besluit dat Louise Gunning een commissariaat bij Schiphol kon nemen heeft bovenstaande procedure doorlopen.’

'Nieuwe bestuurders van de UvA en de HvA kunnen niet boven de Balkenende-norm verdienen'

Onlangs schreef Job Cohen, toezichthouder van Wageningen UR, namens alle toezichthouders van de Nederlandse universiteiten een brief aan de minister waarin werd gevraagd flexibel om te gaan met de Wet Normering Topinkomens. Nieuwe bestuurders kunnen dus boven de Balkenende-norm verdienen?

‘Nee. Dat kan namelijk wettelijk niet.’

 

Uw termijn als voorzitter van de RvT verloopt op 1 juli 2016. Wilt u worden herbenoemd?

‘Laat ik daar eens niets over zeggen, want de minister gaat daar over. Wat ik wel kan zeggen is dat het voorzitterschap van de RvT mij bijzonder goed bevalt.’

 

Atzo Nicolaï (Delft, 1960) is president van DSM Nederland (hoofdfunctie). Hij heeft daarnaast een groot aantal nevenfuncties, waaronder voorzitter van Vogelbescherming Nederland en lid van het dagelijks bestuur van werkgeversvereniging VNO-NCW. Sinds 1 juli 2012 is hij voorzitter van de Raden van Toezicht van UvA en HvA. Hij is lid van de VVD en was in die hoedanigheid staatssecretaris voor Europese Zaken (2002-2006) en minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties (2006-2007) in de kabinetten Balkenende I, II en III.