Foto: Flora Woudstra
actueel

‘Of je nou in een UvA- of HvA-mensa bent of in San Francisco, alles is hetzelfde’

Flora Woudstra,
13 november 2017 - 15:51

Er is iets vreemds aan de nieuwe inrichting van de UvA-mensa’s, vindt Aldo Kempen (22, Cultural Analysis). Volgens hem hebben ze een ‘nostalgisch’ decor, wat moet helpen met het ‘vervreemdingsgevoel’ van studenten. Hij schreef er een paper over, met de titel Longing for Urban Jungles. We gingen met hem wandelen in de mensa van de Roeterseilandcampus.

Op een drukke maandagmiddag slenteren we door de Roeterseiland-mensa. ‘Kijk,’ zegt Aldo. ‘Ooit was de bedoeling dat de mensa van de universiteit juist ánders was dan de binnenstad. Dat je hier goedkoop eten kon krijgen.’ Hij wijst: ‘Nu staan hier studenten in de rij voor een poké-bowl van €7,50. Dat is toch grappig - een Hawaiiaans gerecht, met Japanse ingrediënten, verkocht in een stand met Nederlandse tegeltjes die aan een authentieke Hollandse kruidenier moeten denken.’


Is dat ook waar je over hebt geschreven?

‘Ik schreef over dat producten die hier te koop zijn, overal ter wereld worden verkocht. Of je nou hier bent of in San Francisco, het is hetzelfde broodje. De mensen achter de toonbank zijn ook totaal verwisselbaar. Die kunnen morgen stoppen en dan staat er iemand anders die hun werk net zo goed doet. Voor de studenten betekent het dat ze vervreemd zijn van het product wat ze kopen, van het werk dat erachter zit, en van de persoon die het ze verkoopt. Deze nieuwe decors spreken nostalgische elementen aan, om te compenseren voor die vervreemding. Je ziet bijvoorbeeld plastic behangetjes die op tegeltjes lijken. Dat zijn letterlijk dé tegeltjes van de typische Hollandse kruidenierswinkel.’

‘Ik doe niet aan goedkope, makkelijke kapitalismekritiek, omdat deze stijl dus gebaseerd is op een wens vanuit de studenten’

In je paper zeg je dat de nieuwe decors passen binnen ‘laat-kapitalische nostalgie’. Wat is dat?

‘Dat is een bepaalde fase van het kapitalisme, waar we nu in zitten. We weten heel slecht hoe onze samenleving functioneert, omdat het zo complex is. Het is makkelijk om deze nieuwe decors weg te zetten als een lapje voor het bloeden, maar je kunt ook zeggen dat dit een manier van de UvA is om er met geringe middelen iets van te maken. Dat ze proberen echte “plekken” te maken van hun cafés.’

 

Is dat gelukt?

‘Op mijn studie worden we getraind in het analyseren van dit soort dingen, maar als je even gewoon naar de stijl kijkt: er is gevraagd aan studenten wat ze wilden, en deze stijl was het populairst. Ik denk dat het in zoverre geslaagd is, omdat het op basis is van een consensus. Dus ik doe niet aan goedkope, makkelijke kapitalismekritiek, omdat deze stijl dus gebaseerd is op een wens vanuit de studenten. Die voelden een bepaald tekort, en dit helpt om daar mee om te gaan.’

 

Waren de mensa’s vroeger beter?

‘Nee. Hiervoor was het “TBS-chic”. Van die plastic platen, met felrode of gifgroene kleuren. Die jaren nul-stijl. Het zag er niet lelijk uit, maar wel uit alsof het overal had kunnen zijn.’

Hoe past iemand als Marina in dit plaatje?

‘Haar plek, de Heksenketel in het Atriumcafé, ging dat uniforme UvA-beleid tegen door er zelf iets van te maken. Marina is niet inwisselbaar. Ze gaat met iedereen anders om. En ook de inrichting: het Atriumcafé had verschrikkelijke meubels, maar met alles wat er in de Heksenketel hing was dáár een echte plek van gemaakt. Totdat je weer naar buitenging, dan was het weer zo'n eenheidsworst.’

 

Waarom anaylseer je zoiets simpels als kantines op zo'n ingewikkelde manier?

Aldo lacht: ‘Welkom bij onze studie!’

 

Na ons interview pakt Aldo een cactus uit het mensa-decor voor de foto. Als we even later opstaan, vliegt er direct een UvA-medewerker op ons af om de cactus op zijn juiste plekje terug te zetten.