Foto: Flora Woudstra
actueel

Marina is verhuisd naar het P.C. Hoofthuis en wij gingen langs

Flora Woudstra,
13 oktober 2017 - 14:59

Voor studenten op het Binnengasthuisterrein was het vaste prik: even langs bij het Atriumcafé in de pauze of na de les. Bij de roodharige Marina, die achter de toonbank stond in de ‘Heksenketel’, kon je terecht voor koffie, broodjes of een biertje. Nu het Atriumcafé is opgedoekt blijkt Marina op het P.C. Hoofthuis te werken. We zochten haar op.

‘Oh, ben jij van de Folia?’ zegt Marina verbaasd. ‘Dus nu ben ik de lul.’ Ze lacht. ‘Ik kom zo bij je hoor, schat.’ Het is druk in de Leeuwenkuil, één van de twee kantines van het P.C. Hoofthuis, gevestigd in de kelder van het gebouw. Een student staat te wachten om een flesje water af te rekenen. ‘Zestig euro,’ grapt Marina, en de student lijkt even te schrikken. Een jongen loopt langs en geeft Marina een koekje: ‘Slijmbal!’, noemt ze hem. Ze gaat zitten voor ons gesprek.


Dus het Atriumcafé is dicht. Wat vind je daarvan?

‘Klote! Ik vind er geen moer aan. Ik mis het heel erg, vooral de sfeer en de mensen. Ik heb ze hier ook wel hoor, de mensen. Sommige! Niet allemaal! Oh, daar is er eentje!’


Marina wijst naar de jongen die haar net een koekje gaf. ‘Die komt uit België.’ Bij navraag blijkt hij uit Drenthe te komen. ‘Oh, is wel mooi!’ zegt Marina. ‘Maar dat past niet bij de Folia!’


Hoe ben je in de Leeuwenkuil terecht gekomen?

‘Dat heb ik zelf gedaan, hoor. Ik was geopereerd aan mijn enkel en toen was ik dertien weken thuis. Toen wilden ze me in het kantoor zetten. Maar ik wist dat het Atriumcafé dichtging, dus ik zei: zet me maar in de Leeuwenkuil. Ik ga echt niet in een kantoor zitten, zie je mij dat doen? Ik zeg doe maar hoor, de Leeuwenkuil.’


En wat vind je van je nieuwe werkplek?

‘Op zich heb ik mijn eigen stukje, maar het zal nooit meer zo leuk en gezellig zijn als daar in het Atriumcafé.’

‘Ik ga echt niet in een kantoor zitten, zie je mij dat doen?’

Hoe lang heb je in het Atriumcafé gewerkt?

‘Tien jaar, vanaf het begin. Eerst stond ik in dat kleine hokje met Tony [Fernandes, de Portugese broodjesmaker, red.]. Toen had ik ineens een hok. Daar moest ik bijna een jaar aan wennen, tot mijn manager zei: “Maak het je eigen hok!” Dat wil de UvA niet, zei ik. Mijn manager zei: “Ja, maar jij hebt toch geen schijt!” Dat had ik ook niet, maar ik kon niet die hele ballenbak gaan veranderen! En toch is dat gebeurd.’


Je hok werd ‘De Heksenketel’.

‘Ja, dat hebben de studenten gedaan, hè! De dingen die er allemaal hingen waren ook van studenten. Zelfs die bezem! En er kwam steeds meer bij. Zoals dat roze bordje met “effe wachten”, die had ik van een student gehad toen ze klaar was met haar studie. Eigenlijk is een manager begonnen met dat bordje, “Heksenketel”. Uiteindelijk had een andere er “Drakenhut” van gemaakt. Dat bordje heb ik nu thuis.’


Wat is je leukste herinnering aan dat Atriumcafé?

‘Oh, zoveel! Op Facebook kwam van de week nog een stukje voorbij dat ze hadden opgenomen in het café. Er was een student klaar met studeren en we waren aan het zingen. Dan denk je, ah. Dat komt nooit meer terug. En dat doet nog pijn, hoor! Het is echt zo’n boek wat je dicht moet doen. Het café is mijn ding geweest!’


Mogen studenten in de Leeuwenkuil ook decoraties komen brengen?

‘Mag niet, hè. Maar in de Heksenketel mocht het ook niet, daar hadden ze ook dingen weggehaald. Dat heeft echt pijn gedaan! Toen ging ik ze stiekem terughangen.’

 

Twee jaar geleden maakten we een video over Marina’s heksenketel. Die kun je hieronder terugkijken.