actueel

Gedetineerden trainen asielhonden en de UvA onderzoekt het effect

Sterre van der Hee,
12 oktober 2017 - 09:29

In de Penitentiaire Inrichting in Lelystad trainen gedetineerden met moeilijk plaatsbare asielhonden. Heeft dat een positieve invloed op hun resocialisatie? De UvA doet onderzoek. ‘Deelnemers zeggen: we doen mee, want we willen de honden helpen.’

‘Het is hier net een dorpje,’ zegt communicatiemedewerker Inge Bakker. ‘Met een dokter, een voetbalveld, en wekelijks komt de kapper.’ We slenteren over de binnenplaats van de Penitentiaire Inrichting in Lelystad. Er zijn grijze gebouwen, puntige hekken, en tientallen raampjes achter tralies. Uit één ervan klinkt een schreeuw. ‘Who let the dogs out?’ Een zware mannenlach. ‘Woof! Woof woof woof woof!

 

Een wit busje draait het terrein op. Erin zitten zeven asielhonden, rustig in de bench: er is een bulldog, een terriër, een Amerikaanse Stafford. Twee vrouwelijke trainers laden bakken uit. Hondenspeeltjes, muilkorven, een grote bak met voertjes (stukjes voer ter beloning). Als de honden uit de bus komen, snuffelen ze voorzichtig.

 

We zijn bij een training van stichting Dutch Cell Dogs (DCD). De stichting, opgericht in 2007, werkt steeds acht weken lang met zes gedetineerden. Het idee: de moei­lijk plaatsbare asielhonden worden getraind tot ze zich gedragen als een fijne gezinshond. Gedetineerde voe­ren gerichte oefeningen uit, waarbij de hond met veel spelen, knuffels en beloning (voer) bij goed gedrag leert vertrouwen te krijgen in zijn trainer. Ongewenst gedrag wordt genegeerd.

Foto: Daniël Rommens

In Lelystad startte de training – de derde ronde – op 1 september, elke dinsdag- en vrijdagmiddag, anderhalf uur lang. De trainingen moeten het zelfvertrouwen van gedetineerden opvijzelen, schrijft DCD op de website, en zijn tegelijkertijd bedoeld om asielhonden meer kans op herplaatsing te bieden. ‘Mens en hond – beide tegen hun wil opgesloten – [weten] elkaar hier te helpen. […] Een gevangene traint een lastige hond, maar in feite traint hij zichzelf.’ De trainingen vinden plaats in jeugdinrichtingen, tbs-instellingen en gevangenissen. 

 

 

Stoelendans

Tegen tweeën arriveren de aspirant-trainers. Rechts van ons wordt gevoetbald, links liggen enkele gedetineerden – het bovenlijf ontbloot – op smalle, lage banken in de zon. Een van hen fluit naar een buizerd, die hoog boven de gevangenis zweeft. ‘Héééé man,’ klinkt het op de achtergrond. ‘Ben jij meeuwenfluisteraar, of zo? Hááááá!’

 

Op de binnenplaats staan zeven waterbakken klaar. De trainers van Dutch Cell Dogs geven iedereen een hand en laden honden uit de benches. Er wordt vast gekroeld, gestoeid, een laatste peuk gerookt. ‘Dit is een bulldog hè,’ mompelt er een tegen de verslaggever. ‘Dat je niet opschrijft dat het een poedel is, of zo.’ ‘Hé,’ brult de jongste trainer vanaf de overkant. ‘Wil je die sigaret uitmaken? Ik denk niet dat je hond dat fijn vindt!’

‘Dat asiel is ook net een bajes, joh’

Dan de oefeningen. Het start met een wandeling: even wennen, de benen strekken, langs het grasveld, op het asfalt. Gevangenen trainen de honden met ‘clickers’: een apparaatje dat een klik-klakgeluid maakt. Na elke klik krijgt de hond een beloning. Zo leert het dier: als het klikt, is mijn gedrag goed. Al snel dwaalt gedetineerde J. in zijn eentje richting het hek. ‘J! Terugkomen!’ roept de trainer. Ze glimlacht. ‘Hij had zelf twee her­ders, maar die zitten nu in het asiel. Hij heeft er nog veel moeite mee.’

 

De toewijding is groot. Er zijn strelingen, liefkozende blikken, en er wordt hard gewerkt. Dit keer had Lelystad zeven plekken: wie mee wilde doen, moest een brief sturen. Animo is er zat – soms moet er zelfs worden geloot. Deelnemers zijn dan ook gemotiveerd om, ongeacht de weersomstandigheden, twee maal per week te trainen. De beloning is groot: honden die bang en schuw binnenkomen, weten na training soms contact te maken. Een gedetineerde schrijft daarover na een training: ‘22-5-2017: het eerste echte contact, dat Skye met zijn neus mijn neus aanraakte. Zo bijzonder en mooi.

 

‘Toos we all love you!’

Deelnemers aan het programma mogen ‘hun’ hond zelf een naam geven. En dus heten ze Mikey. Jackie. Of Boef. Vaak zorgt het voor een band. Zo maken aspirant-trainers zich regelmatig zorgen om de toekomst van hun hond – krijgt die wel een liefdevol thuis? En ook is er angst voor het afscheid. Zo schreef gevangene B.: ‘Namens m’n gede­tineerde baasje B. graag een rustige omgeving, vertrouwd en liefdevol persoon die mijn Toosje voor z’n rekening neemt […] wees rustig, lief en respectvol want dat verdiend [sic] ze!! Kan het nieuwe baasje dit niet waarmaken, neem haar dan niet mee naar huis toe! Toos we all love you!

Foto: Daniël Rommens

Nieuwe oefening: opkijken. Netjes zitten. En liggen. Tijdens een stoe­lendans, inclusief tamboerijn, wordt gekeken hoe ver de honden al zijn: de hond die blijft staan, is af. ‘Alsje­blieft, Mikey,’ smeekt M. haastig, als het getrommel stopt. ‘Plat. Plat!’ Zijn bruinzwarte pup blijft staan. ‘Alsjeblieft, Mikey. Alsjeblieft! Kijk dan!’ Hij werpt zich plat op de grond – tevergeefs. ‘Beetje whisky erin doen,’ grapt hij. ‘Dan gaat-ie wel plat.’ Hij kriebelt de hond achter de oren.

 

De buurman grinnikt. Zijn hond ligt knorrend op de grond. ‘Verschil moet er wezen, hè pik.’

 

Hartslag meten

Hanne Duindam, UvA-promovendus forensische orthopedagogiek, doet onderzoek naar het effect van de trainingen. Sinds april spreekt ze een groep van tweehonderd gedetineerden, van wie de helft meedoet aan het hondentrainingsprogramma. De andere helft fungeert als controlegroep. ‘We spreken deelnemers drie keer: voor, tijdens en na de training,’ schrijft ze vanuit een van de instellingen. ‘We hopen ze ook zes maanden na het eind van de training te spreken. Het doel is om uit te zoeken in hoeverre de hondentraining hun probleemgedrag beïnvloedt.’

‘De hypothese: bij aspirant-trainers nemen gedragsproblemen af, terwijl het zelfvertrouwen en welzijn toeneemt’

In het onderzoek meet Duindam ‘psychosociale factoren’, zoals zelfvertrouwen, empathie en zelfcontrole, maar voert ze ook psychofysio­logisch onderzoek uit. ‘We bestu­deren onder meer de stresshormonen in speeksel en de hartslagvariabiliteit. Het is belangrijk dat we diverse onderzoeksmethoden gebruiken, zeker bij deze doelgroep: vragenlijsten doen immers een groot beroep op verbale intelligentie en zelfinzicht.’

 

Duindam pakte het onderzoek op nadat promovendus Gerdien Schenk vorig jaar maart plotseling overleed. ‘Zij ontwierp het onderzoek en verzamelde veel data,’ aldus Duindam. ‘Inmiddels heb ik hulp van tien à vijftien studenten. We verblijven vrijwel elke dag in de justitiële inrichtingen.’ Over de resultaten kan ze nog weinig zeggen. ‘In de huidige planning moet het onderzoek eind volgend jaar worden afgerond.’ De hypothese: bij aspirant-trainers nemen de gedragsproblemen af, terwijl het zelfvertrouwen, de behandelmotivatie, zelfcontrole, empathie en het welzijn toeneemt.

 

Wat opviel, zegt Duindam: werken met gedetineerden was minder ingewikkeld dan gedacht. ‘Collega’s noemden het een moeilijke doelgroep om te werven voor onderzoek – er heerst vaak veel wantrouwen. Ik herken dat, maar toch doet vrijwel iedereen die we spreken mee.’ Het helpt dat het onderzoek over Dutch Cell Dogs gaat, zegt Duindam. ‘Deelnemers in de controlegroep zeggen vaak: “we doen mee om de honden te helpen”.’

 

Backflip

Na elke training houden gedetineerden een dagboek bij. Over het mooiste aan hun hond (z’n slimheid). Het leukste tijdens de training (dat m’n hond de beste was). En over dat wat ze hun hond willen leren (de backflip). Het dagboek wordt niet gebruikt in het onderzoek, maar is bedoeld voor de persoonlijke ontwikkeling van de aspirant-trainers.

 

Foto: Daniël Rommens

Als de hond bij een gezin wordt geplaatst – via de Dutch Cell Dogs-site kunnen belangstellenden contact opnemen met het asiel – krijgt de aspirant-trainer bericht van de eigenaar. Soms met een foto, soms een anekdote. En soms kan de trainer de eigenaar ontmoeten. Een gedetineerde schreef daarover: ‘Ik heb met jullie gesproken tijdens de demo-dag. Jullie zijn superaardige mensen en ik weet zeker dat Dwayne een gelukkig leven bij jullie krijgt. Ik wens jullie veel succes en het beste.’

 

In Lelystad is bijna anderhalf uur getraind. De sfeer is uitgelaten. De aspirant-trainers moeten hun honden mooi laten zitten, als een kangoeroe. M. briest. ‘Slavernij is toch afgeschaft?’ Hij streelt zijn pup. ‘Het is geen circusdier. Hij mag toch gewoon een hond zijn, of niet dan? Hè? Mag jij niet gewoon een hond zijn?’

 

De laatste oefening is rustiger. De trainers borstelen, en raken voorzichtig het tandvlees aan – alles zodat de hond er vertrouwd mee raakt, voor als-ie bijvoorbeeld naar de dierenarts moet. Vanaf het voetbalveld komt uitbundig geschreeuw. ‘Jááá! Jááá! Jááááá!’ Daar mogen trainer en hond een rondje rennen. Het laatste voor vandaag.

 

M. ligt inmiddels op het asfalt, naast zijn pup. Hij drukt zich half omhoog. Binnenkort komt hij vrij – dan hoopt hij Mikey, als het even kan, mee naar huis te nemen. Hij weet al wat ze gaan doen: samen rennen. Joggen. Zijn hond, dat moet een beest worden: een kanjer. Voertjes vallen op de grond. En hij kroelt het dier.

 

DAGBOEKEN

 

Balding | Vandaag ging hartstikke goed met Gabber. Lekker geoefend en lekker gespeeld met zijn favoriete speeltje (een blauw balding).

Foto: Daniël Rommens

Feestneus | Muilkorf doet-ie nu zonder problemen om. Ik doe altijd alsof het een feestneus is, zodat hij ziet dat het niet eng is.

 

Broek in de was | Hij heeft twee keer tegen mij geplast :( Broek in de was.

 

Hart vol liefde | Ik vind het het mooiste als hij mij in de ogen kijkt, hij straalt zijn liefde en vertrouwen uit. Hij wil mij steeds vaker een poot geven. Rocky en ik hebben van elkaar geleerd dat wij misschien wel groot, stoer en sterk zijn, maar we hebben een hart vol liefde!