Foto: Daniël Rommens
actueel

UvA gaat jaarlijks 1,4 miljoen investeren in blended learning

Eva Hofman,
11 augustus 2017 - 15:07

Het College van Bestuur (CvB) steekt de komende twee jaar jaarlijks 1,4 miljoen euro in de implementatie van blended learning. Het UvA-brede onderwijsplan moet een ‘best of both worlds-combinatie’ worden van online en offline leren.

Online en offline leren raakt steeds meer met elkaar verweven, stelde een door het CvB aangestelde onderzoekscommissie in het rapport Blend IT & Share IT in december 2015. Een overkoepelende onderwijsstrategie op het gebied van e-learning had de UvA toen nog niet, maar die moest er volgens de commissie wel komen. Een strategie, welteverstaan, die gericht is op blended learning. Dat is een combinatie tussen online leren en contactonderwijs. Het UvA-bestuur gaat er 1,4 miljoen euro per jaar voor beschikbaar maken.

 

‘Dat geld moet naar de faculteiten,’ zegt Peter van Baalen, decaan blended learning. ‘Het systeem wordt op faculteitsniveau uitgewerkt. We zijn overal langsgegaan en hebben gezegd: als jullie een strategie opstellen, krijgen jullie dit bedrag. Het geld hebben we naar grootte onder de faculteiten verdeeld.’

 

Makkelijk ging het niet, zegt Nynke Bos, verantwoordelijk voor de implementatie van blended learning bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. ‘De UvA is een moeilijke organisatie om van bovenaf plannen in in te voeren. Faculteiten zijn wantrouwig over het zoveelste plan waarmee onderwijskundigen komen. Ze denken, laat ons nou gewoon een keer ons werk doen.’

‘Zo’n nieuw systeem invoeren kost geld, omdat voor elke faculteit iemand moet worden aangesteld als aanspreekpunt’

‘Lessen worden leuker’

Elke faculteit mag zelf bepalen hoe blended learning wordt ingevoerd. De doelstelling bij rechten is om studenten meer te activeren, zegt Bos, en docenten merken volgens haar nu al dat de lessen leuker worden. ‘Eén van de dingen die we bijvoorbeeld meer gaan doen is formatief toetsen: veel kleine tussentoetsen afnemen om te zorgen dat de studenten hun leerstof wekelijks herhalen. Dat kan nu via een digitaal systeempje, dan gaat het wat makkelijker.’


Van Baalen benadrukt dat het geld bedoeld is als hulp bij de invoering van blended learning. ‘Faculteiten krijgen de kans om een duurzame investering te doen. Zo’n nieuw systeem invoeren kost geld, omdat voor elke faculteit iemand moet worden aangesteld als aanspreekpunt. Na twee jaar, als het systeem is ingevoerd, moeten de faculteiten zelf gaan betalen.’

 

Van de 1,4 miljoen per jaar gaat een ton naar het (nog te realiseren) Center for Innovation in Learning and Teaching, dat werkt aan bevordering van blended learning-onderzoek.