Foto: Daniël Rommens
actueel

Asva en facultaire studentenraad eisen evaluatie FEB-reorganisatie

13 juli 2017 - 13:00

Asva studentenunie, de studentenraad van de Faculteit Economie & Bedrijfskunde (FEB) en de organisatie Rethinking Economics Nederland eisen een evaluatie van de reorganisatie van de FEB in 2011. Dat schrijven ze in een open brief aan het College van Bestuur van de UvA.

Volgens de drie organisaties is er sprake van ‘ernstige managementfouten die tot een verschraling van het onderzoek en onderwijs hebben geleid’. Bovendien zou de faculteit te veel beleid maken op basis van productiviteitsmetingen en wordt er volgens hen nu weer ‘top-down een onderwijshervorming doorgedrukt’.

 

In de jaren voor 2011 ontstond aan de economiefaculteit een groot exploitatietekort. Daarom stelde de UvA destijds interim-decaan Eric Fischer aan die de economiefaculteit moest reorganiseren. Fischer bezuinigde, tot woede van sommige hoogleraren, veertien miljoen euro en ontsloeg zestig medewerkers. Een tiental professoren zocht de media op, omdat het bang was dat de universiteit veel toponderzoekers zou verliezen.

‘Het is voor mijn aantreden gebeurd, maar het is misschien een vergissing geweest dat de onderzoeksgroep History and Methodology of Economics werd opgeheven’

Vergissing

De huidige FEB-decaan Han van Dissel, die interimmer Fischer opvolgde, liet in het verleden al eens weten dat er wellicht fouten zijn gemaakt bij die reorganisatie. ‘Het is voor mijn aantreden gebeurd, maar het is misschien een vergissing geweest dat de onderzoeksgroep History and Methodology of Economics werd opgeheven,’ zei hij in 2015. Overigens was de afdeling HME niet de enige afdeling die verdween. De relatief succesvolle afdeling Operations Research werd afgestoten en kreeg onderdak bij de VU. De ondernemingsraad van de economiefaculteit vroeg in 2015 al om een evaluatie van die reorganisatie maar kreeg nul op rekest.

‘Hoe soepel tentamens verbeterd worden en het aantal genade-zesjes (of zelfs genade-zeventjes): het management heeft er geen weet van’

Nu proberen de studenten het opnieuw. In een vlammende brief stellen ze dat alle vakken met reflectie op heersende economische paradigma’s zijn verdwenen en dat bestuurders slechts oog hebben voor rendementen. ‘Zo krijgen FEB-docenten alleen nog onderzoekstijd voor publicaties in tijdschriften met een hoge impactfactor,’ schrijven ze. En: ‘Voor het onderwijs is de kwaliteitscontrole grotendeels beperkt tot studentenevaluaties en slagingspercentages.’

 

Genadezesjes en -zevens

Volgens de ondertekenaars hebben de faculteitsbestuurders geen idee van hoe het onderwijs er in de praktijk uit ziet. ‘Hoe soepel tentamens verbeterd worden en het aantal genade-zesjes (of zelfs genade-zeventjes): het wordt niet gemeten en het management heeft er dan ook geen weet van,’ schrijven ze. ‘Het gevolg hiervan is dat de FEB weliswaar een triple-A-accreditatie in de wacht sleept (op papier ziet het er immers allemaal ok uit), maar colleges vaak nauwelijks bezocht worden en studenten soms met de vingers in de neus slagen voor vakken met toch wel erg voorspelbare tentamens.’

 

Dat in combinatie met ‘een schrijnend gebrek aan zelfreinigend vermogen’ zorgt er volgens Asva, de studentenraad en Rethinking Economics toe dat het college van bestuur moet ingrijpen ‘vóór er top-down een onderwijshervorming doorgedrukt wordt’.

 

Update 15.40 uur: FEB-decaan Han van Dissel zegt zich in een eerste reactie ‘niet te herkennen’ in de aantijgingen aan zijn adres.

‘Ik kan natuurlijk moeilijk gaan reageren op de reorganisatie die door mijn voorganger Eric Fischer in 2011 is uitgevoerd,’ vertelt Van Dissel. ‘Ik zie ook niet in welk belang zou zijn gediendom nu na zes jaar een evaluatie uit te voeren, maar ik nodig ook de brievenschrijvers graag uit om de stukken te komen inzien waarop de beslissingen om bepaalde groepen op te heffen waren gebaseerd. Zoals ik eerder heb gezegd was het verdwijnen van de onderzoeksgroep History and Methodology of Economics een verarming voor de faculteit. Verder krijg ik signalen die in een andere richting wijzen dan in de brief wordt gesuggereerd. De FEB heeft relatief grote groepen wetenschappers die zich bezig houden met de heterodoxe (alternatieve) economie. Denk maar aan onze experimentele en gedragseconomen en de groep van Cars Hommes, die nota bene lid is van Rethinking Economics. Gelukkig lukt het ook deze groepen om in topbladen te publiceren, maar soms is het daardoor wel moeilijker docenten te vinden voor de meer klassieke vakken.’

 

Volgens Van Dissel is bij het nieuwe curriculum al aandacht geschonken aan de problemen die in de brief worden aangekaart. ‘Bij het ontwikkelen van de nieuwe bachelorprogramma’s, die vanaf september starten en waar de FSR in de stuurgroep zat, hebben we een voor iedereen verplicht vak Principles of economics & business opgenomen. Met dit vak hebben we de ambitie om het hele vakgebied in al haar breedte neer te zetten. Hiernaast gaan we ook aandacht schenken aan “the moral limits of markets” en “history of economic thought”, waarmee deze onderwerpen dus weer terugkomen in het curriculum. Bij sommigen is inderdaad wel eens ergernis geweest tijdens het ontwikkelproces, maar dit ging over zaken die gericht zijn op het verhogen van de kwaliteit, zoals de wekelijkse toetsen en de didactische cyclus. Hier zijn vele gesprekken met alle betrokkenen over gevoerd en wij gaan graag in debat. Alle suggesties om de kwaliteit van onze programma's verder te verbeteren zijn heel welkom.'