Foto: Daniël Rommens
actueel

Gert Hekma gaat met pensioen: ‘Pfffff, iedereen is zo preuts en braaf geworden’

Dirk Wolthekker,
29 juni 2017 - 07:34

Hij was sinds 1984 het boegbeeld van de homo- en lesbostudies aan de UvA. Nu gaat Gert Hekma met pensioen. Wat is iedereen preuts en braaf geworden, verzucht Hekma op de valreep. ‘Een van mijn grootste teleurstellingen is het verbod op pedofielenclub Martijn. Echt krankzinnig.’

Het is maandagmiddag vier uur en snoeiheet. Gelukkig waait er een briesje dat enige verkoeling brengt in de diepe daktuin van docent homostudies Gert Hekma, op de derde verdieping van een grachtenpand op de Wallen. De hoge oleander met wit-roze bloemen wuift licht in de wind. De potgrond is kurkdroog, de hardroze gieter brengt uitkomst. ‘Ik ga over de pot- en kuipplanten buiten, mijn man doet de kamerplanten.’ Hekma heeft een lach om de mond, een kuiltje in de wang, een vrolijk gekleurde satijnen zomerblouse wapperend om zijn lijf, een glimmende trainingsbroek om de benen. Gert Hekma houdt van satijn. Het is zijn handelsmerk, zou je kunnen zeggen. ‘Als jongetje in Bedum keek ik al naar de satijnen voetbalbroekjes van mijn dorpsgenoten die op zondag naar het voetbalveld gingen, terwijl ik naar de kerk moest. Die jongens bezorgden me een waas voor de ogen. Wat geil! Voetbal was toch zeker veel leuker dan de kerkgang? Tegenover de soberheid van de gereformeerden en hun afkeer van alles wat glimt en glanst, symboliseerde satijn voor mij vrijheid, lichamelijkheid en erotiek. Satijnjongens waren extra aantrekkelijk omdat ze een stof droegen die eigenlijk niet bij mannen paste. Als voetballende “satinisten” waren ze mannelijk en onmannelijk tegelijk. Dat sprak me geweldig aan.’

‘Relaties tussen volwassenen en kinderen worden meestal gezien als misbruik door de volwassene, maar het zijn soms juist de jongeren die het initiatief nemen’

Sindsdien is er meer dan een half leven verstreken. Zijn voorliefde voor satijn is gebleven, Bedum en de jongens uit het dorp niet, al leven ze voort in zijn herinnering, zo blijkt uit zijn boek Homoseksualiteit in Nederland van 1730 tot de moderne tijd, waarin hij ook terugblikt op zijn jongensjaren in Bedum. Het is maar een van de vele boeken die de ­notariszoon heeft geschreven in zijn lange UvA-carrière. Zoals boeken over wat hij noemt ‘de uitdoktering van de homoseksueel’, volgens hem eerder een thema van cultuurhistorische ontwikkeling dan van genen. Ook schreef hij boeken over de roze rand van Amsterdam en (gebrek aan) acceptatie van (homo)seksualiteit in Nederland. ‘In mijn werk gaat het vaak om begrippen en betekenissen.’

 

Maar deze zomer gaat Hekma met pensioen. Geliefd bij veel studenten, vaak een pain in the ass van collega-wetenschappers en bestuurders vanwege zijn soms controversiële uitlatingen, opvattingen en publicaties over (homo)seks in alle gedaanten. Neem alleen al het Engelstalige afscheidssymposium dat twee weken geleden voor hem werd georganiseerd in de UB met thema’s als ‘Male Prostitution 1900-1950’, ‘Fags and Whores – between Slut Shaming and Homophobia’ en ‘The democratic darkroom. Pleasures and risk in Amsterdam’s gay sex scene’. Of zijn fascinatie voor de ideeën van de achttiende-eeuwse libertijn markies De Sade, naamgever van het sadisme. ‘De Sade was een filosoof die heel anders over de Verlichting dacht dan iemand als Voltaire. De Sade was vóór sodomieten, vóór vrouwen die zin in seks hebben en vóór zelfbevrediging.’

Foto: Daniël Rommens

Martijn

Lang niet iedereen in ‘de normatieve heterowereld van de UvA’ was het de afgelopen dertig jaar met hem eens, zegt hij. Neem zijn stellingname over pedofilie. Die wordt in het huidige tijdsgewricht door velen binnen en buiten de UvA als controversieel beschouwd: Hekma vindt seks tussen volwassenen en minderjarigen niet per se verwerpelijk. ‘Relaties tussen volwassenen en kinderen worden meestal gezien als misbruik door de volwassene, maar het zijn soms juist de jongeren die het initiatief nemen. Kijk eens op al die datingsites en chatboxen hoeveel jonge jongens daar niet opzitten die contact zoeken met ouderen,’ zegt hij. In zijn boek ABC van perversies (2009) zegt hij het zo: ‘Ik heb mannen geïnterviewd die op hun zesde begonnen met de mannenjacht en daar nooit een trauma aan hebben overgehouden of de indruk hadden dat ze er te vroeg bij waren. Ook aan de lesbische kant is het niet ongebruikelijk dat meisjes in zwijm vallen voor hun onderwijzeres of andere volwassen vrouwen.’

 

Het zijn opvattingen die hem door velen niet in dank zijn afgenomen. ‘Ook niet door de UvA,’ zegt Hekma. ‘Een jaar of tien geleden trad ik op in het televisieprogramma Bimbo’s en boerka’s, een programma over seksuele vrijheden en de seksuele moraal. Ik zei daar ook niet per se afwijzend te staan tegenover seks tussen volwassenen en jongeren. Een kijker stuurde een boze brief naar de toenmalige minister van OCW Plasterk. De minister stuurde een antwoord waarin hij de UvA opriep tot maatregelen. Ik citeer: “De UvA zal hem [Hekma] met kracht van argument wijzen op het verschil tussen een academisch discours en een publiek optreden.” En inderdaad: ik werd door de UvA op het matje geroepen en kreeg een waarschuwing dat dit niet kon zo. Pfffff, iedereen is zo preuts en braaf geworden. Op coïtus en monogamie gerichte heteroseksualiteit is altijd de norm geweest en is het – na een intermezzo in de jaren zeventig en tachtig met een revolte tegen de seksuele status quo – nog steeds. In die dominante cultuur is de UvA meegegaan. De gesloten en kleine gezinnen van tegenwoordig bevestigen die cultuur. Ouders zijn enorm gefixeerd geraakt op hun kinderen. Denk je dat ouders vroeger – toen de gezinnen nog kinderrijk waren – tijd hadden voor die fixatie? Een van mijn grootste teleurstellingen is het verbod op vereniging door de Hoge Raad van pedofielenclub Martijn. Echt krankzinnig.’

‘Ik houd van de marginale wetenschap, want vanuit de marge komt de vernieuwing’

Rooie Flikkers

Het neemt allemaal niet weg dat Hekma in de loop der jaren enigszins in de marge van het wetenschappelijk onderzoek terecht is gekomen. Of zoals columnist Linda Duits schreef: ‘Hekma’s onderzoek behoort tot een marginale, academische tegencultuur.’ Zij schreef dat ‘inspirerend’ te vinden, Hekma zelf vindt eigenlijk dat die houding inherent hoort te zijn aan de academische, onderzoekende wereld. ‘Ik houd van de marginale wetenschap, want vanuit de marge komt de vernieuwing. Het zit ook in mijn eigen geschiedenis: ik kom uit de beweging van de Rooie Flikkers, een radicale groep homo’s die zich in de jaren zeventig en tachtig verzette tegen een aanpassingspolitiek zoals gepropageerd door het COC en andere sociale instituties, maar streefde naar confrontatie met en opruiming van de eenkennige heteronormen.’

Foto: Daniël Rommens

Die geschiedenis en de opvattingen die eruit voortvloeiden hebben wel consequenties gehad: Hekma gaat nu met pensioen en niet met emeritaat, zoals een hoogleraar. Hij is altijd ‘gewoon’ docent gebleven, promotie tot hoofddocent of professor zat er niet in. ‘In 2002 bestond het plan om mij bijzonder hoogleraar homogeschiedenis te maken. Er kwam een vacature, ik solliciteerde, ik kwam bij een commissie, maar die vond mij niet professorabel. Tja… en zo bleef ik docent homostudies voor drie dagen in de week. Degene die wordt beschouwd als mijn opvolger is fulltime hoofddocent.’ Niettemin kijkt hij naar eigen zeggen terug ‘op een aantrekkelijke carrière, maar wel met enige controverse’.

 

Hekma hield zich nadrukkelijk ook bezig met de praktijk van seks en seksstudies: hoe ziet sadomasochistische seks eruit, hoe zien homoseks en de homowereld eruit, wat is luierseks en wat betekent het voor iemand om aan dergelijke vormen van seks te doen? Hekma: ‘Daar zie ik het bij de collega’s niet van komen. Die blijven vooral bezig met klasse, ras, gender en algemene seksualiteit. Veel van het onderzoek dat ik deed wordt intussen overvleugeld door onderzoek naar identiteit en etniciteit, onderzoek dat nota bene homoseksuelen vaak verrichten. Ze komen dan op voor allerlei minderheden, maar niet voor zichzelf en blijven zo tweederangsburgers. Kijk naar de voorzitter van de Commissie Diversiteit, Gloria Wekker. Zelf lesbisch, maar geen woord over seksueel diversiteitsbeleid in het eindrapport, dat voornamelijk ging over etniciteit.’

‘Iedereen zit de hele dag in zijn ivoren toren Engelstalige wetenschappelijke artikelen te schrijven. Er is op de universiteiten nauwelijks contact met de straat of met alledaagse seksualiteit’

Ivoren toren

Hij houdt, zoveel is duidelijk, erg van de realiteit en van de praktijk van onderzoek, maar daar lijkt tegenwoordig weinig plaats meer voor te zijn, zegt Hekma. ‘Wetenschappers zijn erg ambitieus geworden. Er wordt de hele dag geroepen dat wetenschappers uit hun ivoren toren moeten komen. Zie jij het gebeuren? Iedereen zit de hele dag in zijn ivoren toren Engelstalige wetenschappelijke artikelen te schrijven. Er is op de universiteiten nauwelijks contact met de straat of met alledaagse seksualiteit. Kijk naar iemand als de extravagante cultuurhistoricus Thomas von der Dunk. Die is freelance wetenschapper geworden, want er was geen formele plaats meer voor hem op de universiteit. Of kijk naar Jim Holmes, inmiddels overleden maar eerder taalwetenschapper aan de UvA en wereldberoemd vertaler van Martinus Nijhoffs gedicht ‘Awater’. Jim was een leernicht en zo liep hij ook over en door de UvA. Dat is nu ondenkbaar geworden. Het is allemaal zo braaf geworden. Leernichten die naar een leerfeest gaan verkleden zich pas als ze binnen zijn.’

 

Er is nogal wat ad-hocactivisme in de homobeweging geslopen, meent Hekma. ‘Het activisme is luchtig geworden en erg verbonden. Een academische club als UvA Pride is bijna niet meer zichtbaar, maar de Amsterdamse studentenvereniging Gay wel.’ Of je daarmee de wereld verandert, is de vraag, vreest Hekma. ‘De barretjes waar homo’s met elkaar praatten over de normatieve heterowereld en de nadelen daarvan, zijn verdwenen en vervangen door “gaygaming-discussies” achter je computer. Het is misschien een leuk alternatief voor die barretjes, maar je verandert de samenleving er niet mee.’

Foto: Daniël Rommens
Gert Hekma: ‘De seks is eruit gebonjourd, helemaal zoals Nederland is als het gaat om de tolerantie van homoseksualiteit en andere vormen van seksuele diversiteit’
‘Mijn vader opperde de mogelijkheid om in onthouding te gaan leven’

Seks en seksuele variëteit zullen in het nieuwe curriculum nauwelijks meer als thema worden aangesneden, denkt Hekma. ‘De seks is eruit gebonjourd, helemaal zoals Nederland is als het gaat om de tolerantie van homoseksualiteit en andere vormen van seksuele diversiteit: het kan allemaal best, maar maak het niet al te bespreekbaar en expliciet, want dat maakt de discussie opeens heel ongemakkelijk.’

 

Bijna net zo ongemakkelijk als begin jaren zeventig toen hij zijn ouders moest vertellen dat hun zoon, die inmiddels aan de VU antropologie studeerde, ­homoseksueel was. ‘Mijn vader opperde de mogelijkheid om in onthouding te gaan leven, net als de gereformeerde homoseksuele dichter Willem de Mérode. Dat was ik niet van plan. In de commune van de Rooie Flikkers in de Voetboogstraat, strategisch gelegen naast het UvA-beleidscentrum in het Maagdenhuis, groeide het idee de homocultuur van mannen en vrouwen tot onderwerp van specifiek wetenschappelijk onderzoek te maken. ‘Democratische studenten, professoren, ambtenaren en bestuurders in het Maagdenhuis hielpen mee,’ zegt Hekma. En zo kwam homo- en lesbostudies uit het niets op de kaart. Pardon – ‘Toen zeiden we flikker­studies.’ Starring: Gert Hekma.

 

Op 30 juni neemt Gert Hekma officieel afscheid van de afdeling sociologie en antropologie van de UvA. Op 20 september neemt hij met het uitspreken van de jaarlijkse Mosse-lezing afscheid van de opleiding homo en lesbische studies.