Foto: Mats van Soolingen
actueel

Beste docenten van UvA en HvA: de een haat nakijken en de ander ging niet naar college

Bart Lichtenveldt,
2 juni 2017 - 11:48

Een ontmoeting tussen de twee elkaar nog onbekende Docenten van het Jaar van UvA en HvA bleek voor beiden een feest van herkenning. Antoinette Muntjewerff (algemene rechtsleer, UvA) en Youssef El Bouhassani (Aviation, HvA) over de liefde voor hun vak en hun studenten, hun verborgen kanten en de crime van het nakijken.

Zoals elk jaar bekronen de UvA en de HvA twee onderwijzers met de titel ‘Docent van het Jaar’. En terwijl de gevolgen van de bestuurlijke splitsing van de twee instellingen voelbaar worden, brengt Folia de twee winnaars bij elkaar voor een gesprek. We spreken af bij Kriterion, waar de HvA-winnaar in het zonnetje zit te wachten. Ook al geeft hij pas twee jaar de vakken wiskunde en techniek aan eerstejaars bij de opleiding Aviation, toch wist Youssef El Bouhassani met zijn betrokken manier van lesgeven de jury te overtuigen. En dat zonder onderwijsbevoegdheid. Hoe dat met die bevoegdheid precies zit, weet hij zelf ook niet. ‘Ik heb gesolliciteerd en had de mazzel aangenomen te worden,’ lacht hij. ‘Dat ging vanaf dag één hartstikke goed.’ Nu heeft hij een formulier rondgestuurd naar docenten en studenten, om te bepalen wat hij met het prijzengeld van 2.000 euro moet doen.

 

Niet veel later komt Antoinette Muntjewerff op haar bontgekleurde tweewieler aangefietst. ‘Zelf geschilderd, dan wordt hij niet gestolen,’ verklaart ze. Na ‘helemaal onderaan begonnen’ te zijn, lijkt Antoinette Muntjewerff nu met 29 jaar onderwijservaring in ieder geval rijp voor de prijs. In het eerste jaar van de opleiding algemene rechtsleer aan de UvA verzorgt ze meerdere vakken, waaronder inleiding in de rechtswetenschap, aansprakelijkheidsrecht en Europese rechtsgeschiedenis. ‘Het is onmogelijk mij niet in het eerste jaar tegen te komen.’ Enthousiast feliciterend maken de twee kennis met elkaar.

‘Ik ging zelf nooit naar college. Ja; het eerste en het laatste’

Hoe is het om aan eerstejaars les te geven?

Antoinette: ‘Het is eigenlijk het lezen, schrijven en rekenen van recht wat ik ze geef. En daarvoor geldt net als voor die vakken op de basisschool: als je dat niet goed hebt, loopt het later altijd mis. Het is ontzettend leuk als je dat mag bijbrengen.’

Youssef: ‘Dat geldt ook voor wiskunde en statistiek. Eerstejaars zijn vers en hebben allerlei ideeën en dromen. Bij het lesgeven relateer ik aan de ene kant aan de opleiding die ze hebben gekozen, aan de andere kant aan hun belevingswereld als zeventien- en achttienjarige jongens en meisjes die bezig zijn met facebooken, daten en dat soort dingen.

 

Putten jullie veel uit eigen ervaring? Hoe je als student was?

Antoinette: ‘Ik bedenk me wat ik destijds moeilijk vond en hoe ik aangesproken wilde worden. Dingen die ik zelf moeilijk vond, dat zullen de studenten nu ook wel pittig vinden. Verder had ik ooit een docent die het eerste college begon met: “De helft haalt de kerst niet.” En dat zou me moeten motiveren? Zoiets zou ik zelf nooit zeggen.’

Youssef: ‘Ik heb een tijdje in Delft gestudeerd terwijl ik in Amsterdam woonde. Als ik om half negen college had en daar anderhalf uur voor moest reizen, kwam toch vaak de afweging: is het écht de moeite waard om te gaan? Dat zijn dingen die ik studenten nu ook veel zie overwegen, en daar heb ik begrip voor.’

 

Wat doe je daar dan mee?

Youssef: ‘Afgelopen semester heb ik met een paar studenten afgesproken dat ze op afstand college mogen volgen. Dan sluit ik Google Hangouts aan op de beamer en zet ik ze op de speaker zodat ze ook vragen kunnenstellen. Zo heb ik al eens meegemaakt dat een student het over zijn papegaai had – die hij dan ook voor de camera liet zien.’

Antoinette: ‘Wat een fijne manier! Dan kunnen ze er toch bij zijn. Ik spreek de studenten bijvoorbeeld aan met: jullie zijn jurist. Over vijf of tien jaar zie ik jullie op tv als officier van justitie, of als de advocaten die het gaan maken. Jullie maken straks wetten over problemen die nu spelen. Zo hoop ik dat enthousiasme dat ze aan het begin van de studie hebben, vast te houden.’

Foto: Mats van Soolingen
Antoinette Muntjewerff ‘kan aardig Indonesisch koken’

Wat is de leukste interactie die jullie met een student hebben gehad?

Antoinette: ‘Als een student zegt: “Nou, mevrouw Muntjewerff, als u er bent dan kom ik ook.” En dan zitten ze in zo’n werkgroep met rode konen te werken, en bellen ze leergierig met advocatenkantoren en rechtbanken. Dat vind ik geweldig om te zien.’

Youssef: ‘Voor een minor big data urban technology moesten studenten zelf data verzamelen. Een paar studenten waren op kroegentocht gegaan en keken naar wat dat met hun lichaam deed. Een ander had het vermoeden dat zijn zus langer douchte dan hij en had metingen verricht in de badkamer; het bleek te kloppen. Dat zijn mooie dingen; wij gaven ze een paar vochtigheids- en temperatuursensoren mee en dan komen ze hiermee aan. Alles wat ik had gezegd was: succes, verras me maar.’

Antoinette: ‘Zo werd ik een keer verrast door een paar oudejaarsstudenten die mij nu helpen met het verbeteren van de begeleiding voor eerstejaars. Ik had een plan bedachten legde dat aan ze voor. Dan kijken ze ernaar en zeggen ze: “Nou Antoinette” – ze durven inmiddels Antoinette te zeggen – “Wat je nu hebt bedacht gaan we echt niet doen, hoor. Dat gaat helemaal niet lukken.” Dan word ik door zulke studenten gecorrigeerd. Dat is toch werkelijk fantastisch!’

Gebruik je wel eens trucjes om die aandacht erbij te houden?

Youssef: ‘Als je een groep voor je hebt moet je ze continu het gevoel geven dat ze een beetje achterlopen. Als ik weet dat een bepaalde opdracht twaalf of vijftien minuten kost, maak ik er acht van: jongens, we gaan door. “Maar wacht, wacht!” klinkt het dan. Doe je dat niet, zakt de energie weg en duurt het lang voordat je die flow weer te pakken krijgt.’

Antoinette: ‘Net even op de tenen laten lopen werkt inderdaad uitstekend.’

‘Nakijken vind ik zonde van mijn tijd’

Hebben jullie zelf inspirerende docenten gehad?

Antoinette: ‘Bij pedagogische wetenschappen heb je veel methode en statistiek nodig. Ik had geen wiskunde in mijn eindexamenpakket dus moest dat net als iedereen met een rekenachterstand een jaar lang bijspijkeren. Eigenlijk zou ik van jou les hebben gehad, Youssef! De docent voor dat vak was zo goed, met zulke inzichtelijke en begrijpelijke voorbeelden dat ik dacht: zo moet het.’

Youssef: ‘Een docent die mij te binnenschiet is een mechanicadocent die ik in Delft had. Wat hem bijzonder maakte is dat hij gestructureerd was in zijn colleges; je kon het stap voor stap volgen. Als je daar heen ging leek het vak ineens simpel, terwijl het eigenlijk moeilijke materie was. Ook maakte hij de wiskunde heel praktisch. Zo ging het een keer over frequenties en trillingen, waarbij hij het al snel had over de frequentie waarop een wasmachine ging trillen. Niet goed voor de machine, wel voor als je je buren wilt treiteren.’

Is het praktisch maken van de leerstof essentieel?

Youssef: ‘Ik doe het standaard als we een nieuw onderwerp introduceren. Zodra het over exponentiële functies gaat gebruik ik vaak direct het voorbeeld van een vliegtuiglanding. Het is belangrijk niet abstract te beginnen, anders vragen studenten zich de hele tijd af wanneer ze het nodig hebben.’

Antoinette: ‘Precies, je moet gelijk duidelijk maken wat concrete problemen zijn waar je mee geconfronteerd wordt. Als jurist moet je altijd een gemotiveerd, onderbouwd en juridisch antwoord geven op een vraag die er speelt. Dus daar begin ik altijd mee.’

 

Hoe belangrijk is dat?

Youssef: ‘Je hoeft echt niet altijd alle kennis paraat te hebben. De nadruk moet vooral liggen op conceptueel nadenken, de vaardigheid om complexe problemen in stukjes te kunnen hakken. Ik kan me voorstellen dat je bij rechten moet weten wat een wetboek is en waar je dingen kunt vinden. Bij wiskunde gaat dat over functies, en hoe je die moet differentiëren. Het is de taak van het onderwijs om die basisvaardigheden bij studenten goed op orde te krijgen.’

Antoinette: ‘Eens. Maar ook het leren om grip te krijgen op de hoeveelheidstof is belangrijk. Als je daar niet vanaf dag één mee helpt, verdrinken ze. Ik besteed dan ook veel aandacht aan het maken van tabellen, schema’s, tijdlijnen.’

Foto: Mats van Soolingen
Youssef el Bouhassani: ‘Wat weinig mensen weten is dat ik graag gedichten schrijf’

Is er dan nog wel tijd over om toetsen na te kijken?

Antoinette: ‘Als je een goed antwoordmodel hebt kun je dat door iedereen laten doen. De makke is dat die vaak niet voor handen zijn, en je zal sommige dingen toch echt zelf moeten doen.’

Youssef: ‘Ik heb ervoor gepleit student-assistenten in te huren voor het nakijken. Het is toch een van de dingen die ik persoonlijk minder leuk vind. Hoewel een deel van het vak digitaal getoetst wordt, moet een groot deel nog steeds handmatig nagekeken worden. Dat vind ik zonde van de tijd.’

 

Hoe bijt je je daar toch doorheen?

Youssef: ‘Als ik eerlijk ben: ik bewaar het voor de laatste dag en doe alles in één keer. Bij de HvA hebben we een deadline wanneer toetsen nagekeken moeten zijn. Collega’s doen het vaak in stukjes: vandaag een deel, morgen een deel. Ik vind dat vervelend en wil niet dat het me de hele tijd achtervolgt. Tot nu toe werkt het.’

Antoinette: ‘Ik hak het zoals jouw collega’s in stukjes. Zodra het werk er is begin ik direct en start met het antwoordmodel updaten. Ik wil juist niet te veel werk achter elkaar nakijken, omdat ik dat niet eerlijk vind. Dan vind je op een gegeven moment of alles goed, of niks meer. De twijfelstapel kijk ik nog eens extra goed na.’

 

Wat is de grootste uitdaging voor een docent anno 2017?

Antoinette: ‘Hoe je de studenten naar de colleges en werkgroepen krijgt. Die aanwezigheid wordt nu opgelost door vooral veel verplicht te stellen. Controle via absentielijsten en via Blackboard. Veel studenten vinden dat schools en kinderachtig, terwijl er ook bij zijn die zeggen: als het niet verplicht is, kom ik tot niks.’

 

Is dat heel anders dan tien a vijftienjaar geleden?

Antoinette: ‘Toen was het veel vrijblijvender. Zelf ging ik nooit naar college. Ja; het eerste en het laatste. Werkgroepen waren vaak wel verplicht, dus daar ging ik wel heen. Ik zou die verplichting zelf ook kinderachtig gevonden hebben.’

Youssef: ‘Er wordt vaak gezegd: als je colleges opneemt komen de studenten niet. Ik merk daar niet zoveel van; alle theoriecolleges staan online en toch zijn ze er, in de zaal of via Google Hangouts. Het is heel erg een kwestie van hoe je als docent invulling geeft aan de tijd.’

‘Al heb ik thuis net als iedereen het huishouden en lees ik graag romans, doceren blijft toch het mooiste wat er is. Dat klinkt misschien saai en clichématig, maar ik hou heel erg van mijn vak’

Zijn er collega’s met een werkwijze waarvan je denkt: oei, dat had ik anders aangepakt?

Antoinette: ‘Als tutor hoor ik wel eens klachten over docenten. En het is moeilijk om dat aan te kaarten bij de docent zelf, maar ik snap vaak wel wat de studenten bedoelen.’

Youssef: ‘Doceren is wat dat betreft een eenzaam vak. Je weet weinig van wat collega’s doen, want je staat alleen voor de klas en hoort eigenlijk alleen maar sporadisch iets over anderen van studenten. Dat maakt het erg moeilijk om er een oordeel over uit te spreken.’

 

Is er iets wat studenten niet van jullie weten?

Youssef: ‘Vrij weinig, als er een nieuwe groep komt doe ik altijd een voorstelrondje, waarbij ze ook vragen aan mij kunnen stellen. Ze stellen dan vragen als ‘Heb je een partner?’ of ‘Hoeveel kinderen zou je willen?” Vind ik helemaal leuk. Wat weinig mensen weten is dat ik graag gedichten schrijf. Misschien als de bundel groot genoeg is dat ik ze ga publiceren, voor nu is het gewoon een mooie manier om gedachten te observeren en vast te leggen.’

Antoinette: ‘Ik denk dat studenten überhaupt weinig van me weten. Dit klinkt misschien oneerbiedig, maar als mens besta ik niet zozeer voor ze. Ik hou heel erg van ze, en ben erg betrokken, maar behoud een bepaalde distantie. Ik heb een hele bescheiden maar specifieke rol in hun leven, die van docent. Ik ga dan ook nooit naar de feestjes van studenten waar ik veel voor word uitgenodigd.’

 

Is dat niet een teken dat ze je wel als mens zien?

Antoinette: ‘Die feestjes? Dat is normaal bij de rechtenfaculteit als je ze begeleid hebt. Ik zeg dan altijd dat ik onmogelijk naar alle feestjes kan gaan, en een keuze zou moeten maken. Dan zou ik de een boven de ander stellen, en dat wil ik niet.’

 

Wat doen jullie als jullie niet met onderwijs bezig zijn?

Antoinette: ‘Mijn hele leven staat toch wel echt in het teken van mijn beroep. Mijn werk is mijn ontspanning, alhoewel ik ook weer niet te lang naar De Rijdende Rechter moet kijken. En al heb ik thuis net als iedereen het huishouden en lees ik graag romans, doceren blijft toch het mooiste wat er is. Dat klinkt misschien saai en clichématig, maar ik hou heel erg van mijn vak.’

Youssef: ‘Naast dichten lees ik ook graag romans. Ik vind het heerlijk op te gaan in een boek. Verder vind ik het fijn om te koken en op de HvA hadden we op de eerste verdieping een tafelvoetbaltafel waar ik regelmatig met studenten speelde. Die is nu helaas weg.’

Antoinette: ‘Voor een ander eten maken vind ik een van de leukste en liefste dingen die je kan doen. Zelf kan ik aardig Indonesisch koken.’

Youssef: ‘Volgende keer spreken we dus bij Antoinette af!’