Foto: Carlijn Schepers
actueel

Dit kun je leren van falende ondernemers: ‘Soms moet iets eerst ten onder gaan’

Carlijn Schepers,
20 april 2017 - 12:40

Van andermans fouten kun je leren, zo dachten ze ook bij Floor. Dus stond de Research Meet-Up gisteren in het teken van falende ondernemers. Oud-HvA-student Marijke van der Linden vertelde over het faillissement van haar modewinkel. ‘Ik heb mijn nek uitgestoken en mijn hoofd gestoten.’

Over ondernemen hoor je meestal enkel de succesverhalen. Studenten die na hun studie een eigen bedrijf beginnen en daarmee een gat in de markt vinden. Ondernemingen die een vroege dood sterven of de ondernemer met een grote schuld achterlaten, daarover wordt vaak niet gesproken. ‘Er heerst een enorm taboe op,’ zegt Ingrid Wakkee, lector van het programma ondernemerschap in haar openingspraatje. ‘Maar risico is een wezenlijk onderdeel van ondernemen. Kijk naar Marco Borsato, Marlies Dekkers en Emile Ratelband, die ook allemaal failliet gingen. Het is niet alleen je eigen idee en inzet, de markt moet meewerken, concurrenten moeten je de ruimte geven en de wetgeving moet niet in de weg zitten. Helaas haalt de helft van de ondernemers de vijf jaar-overlevingsgraad niet.’

Ondernemersfamilie
Zo ook de 29-jarige Marijke van der Linden. Ze studeerde aan het Amfi en was een van de eerste studenten die de minor ondernemerschap deed. ‘Ik kom uit een echte ondernemersfamilie: we hebben vier stoffenwinkels. Dus toen de kans zich voordeed om een franchise van het Franse modemerk Talking French te beginnen in Haarlem, dacht ik: waarom niet?’ Uiteraard deed ze eerst uitgebreid marktonderzoek. Het modemerk was nog niet bekend in Nederland en de behoefte aan een modewinkel als deze bleek groot in Haarlem, zo concludeerde ook een onafhankelijk bureau. ‘Hun voorspellingen waren super rooskleurig. Zelfs als de helft van hun prognose zou kloppen, dan nog was het realistisch.’

‘Soms moet iets eerst ten onder gaan voordat het een groot succes wordt’

Dus maakte Van der Linden in 2010 een prachtige winkel en werkte ze er zeven dagen in de week. Maar er kwamen niet genoeg klanten. ‘Ik probeerde ze op allerlei manieren te lokken: evenementen met bruidsmoeders, shopping nights, modeshows… Steeds opnieuw belde ik de krant met een ludieke actie. De journalist zei op een gegeven moment zelfs: “Daar ben ik weer!”’

Toch bleef de echte groei uit en van de franchisegever kreeg ze ook amper steun. ‘Toen kwam het punt waarop ik besefte: het lukt niet meer. Het merk werd strenger met de betalingsvoorwaarde en ik kon het niet meer redden. Het gekke was dat ik opgelucht was. Blij dat ik weer iets kon doen waar ik gelukkig van werd en mee vooruit kon.’

Schuldsanering
Drie jaar na de oprichting gaat Van der Lindens bedrijf failliet. Inmiddels is het vijf jaar later en heeft ze nog één maand schuldsanering te gaan. Ze heeft het nu lachend over ‘stralend falen’, maar het was een zware tijd, ook al verwijt ze zichzelf niets. Inmiddels heeft ze een baan als marketingmanager bij modehuis Norah Fashion.

Ondanks haar falen zou ze studenten met ondernemingsplannen niet afraden voor zichzelf te beginnen. ‘Ga ervoor! Ondernemen is onwijs gaaf en mislukt het, dan is er een groot vangnet in Nederland waar je gebruik van kunt maken.’ Zelf wil ze ook ooit weer een bedrijf starten, maar geen franchise meer.

Ook Wakkee benadrukt dat falen niet alleen leerzaam kan zijn, maar alsnog kan leiden tot succes. ‘Kijk maar naar Post-it, dat mislukte eerst omdat de lijm niet sterk genoeg was. Of Heinz tomatenketchup dat na drie jaar hopeloos failliet ging, maar toen hun recept vernieuwde. Of wat dacht je van viagra? Dat mislukte enorm als het geneesmiddel waarvoor het was bedoeld, maar bleek een heel ander effect te hebben. Soms moet iets eerst ten onder gaan voordat het een groot succes wordt.’