Foto: Rikkert Harink (UTNieuws)
actueel

Kees van Ast: ‘Er is een grote behoefte aan beweging’

Dirk Wolthekker,
10 februari 2017 - 13:49

Hij zit er net een maand en blijft vermoedelijk tot de zomer: Kees van Ast, de tijdelijke opvolger van Hans Amman als vicevoorzitter van het College van Bestuur van de UvA. Anders dan de gemiddelde tussenpaus moet hij in dat half jaar iets meer doen dan op de winkel passen. ‘We hebben wat moeilijke dossiers.’

Zelden valt een interim-bestuurder zo met zijn neus in de boter als Kees van Ast, sinds 1 januari tijdelijk opvolger van de vertrokken Hans Amman. Hij vond allerlei lastige dossiers op zijn bord waarover de komende maanden beslissingen genomen moeten worden: de bètasamenwerking met de VU, de scheiding tussen UvA en HvA, het nieuwe interne verdelingsmodel voor de financiën en de UvA-begroting voor het huidige jaar, die nog steeds niet is goedgekeurd door de medezeggenschap.

 

U was eerder bestuurder van de Universiteit Twente en Wageningen University. Hoe bevalt het aan de UvA?

‘Op zich bevalt het mij prima. Ik heb de UvA aangetroffen als een levendige, kwalitatief hoogstaande universiteit met veel potentie. Dat zie je ook aan de groei van het aantal internationale studenten. Dat duidt er toch op dat de UvA gekend is als een instelling die kwaliteit levert. De bestuurlijke processen zijn hier niet heel veel anders dan aan andere universiteiten, maar ik heb hier natuurlijk te maken gekregen met wat moeilijke dossiers. Er is behoefte aan meer betrokkenheid en transparantie en het is voor iedereen – zowel voor het College van Bestuur als voor de medezeggenschap – zoeken hoe we daar mee om moeten gaan.’

 

Hoe doet u dat?

‘We zijn continu in overleg, doen erg ons best om bruggen te slaan en met de medezeggenschap consensus te bereiken over alle dossiers die er spelen. Dat is best wel taai. Ik heb niets tegen ruimere bevoegdheden voor de medezeggenschap, maar het is voor iedereen een beetje zoeken naar een nieuw evenwicht. Iedereen verkent grenzen en kijkt hoe ver hij kan komen in onderhandelingen. Dat levert lange trajecten op voordat er een besluit kan worden genomen.’

‘Er is intussen een brei aan informatie ontstaan over de splitsing van HvA en UvA, die niet per se een beter besluit oplevert’

Is dat ook wat er gebeurt met de splitsing van HvA en UvA?

‘Dat zou inderdaad eerst op 1 januari zijn, nu wordt het 1 maart. Het is een lastig traject, te meer omdat de medezeggenschap steeds nieuwe vragen heeft. Er wordt steeds nieuwe en gedetailleerde informatie gevraagd en ook gegeven, al moet ik zeggen dat er intussen wel een brei aan informatie is ontstaan over die splitsing en dat levert niet per se een beter besluit op.’

 

De medezeggenschap stemt op 24 februari over de ontvlechting. Wat gaat u doen als er geen instemming komt?

‘We gaan in elk geval een besluit nemen, positief of negatief. Laten we eerst eens afwachten wat de medezeggenschap er op 24 februari van vindt en dan zien we verder.’

 

Een ander lastig dossier is de bètasamenwerking met de VU. De studentenraad en ondernemingsraad willen daar instemming op hebben, op straffe van onthouding van instemming met de volledige UvA-begroting van 2017. Wat vindt u daarvan?

‘Dat instemmingsrecht op de begroting hééft de centrale medezeggenschap al. In die begroting is twintig miljoen opgenomen voor de bètasamenwerking met de VU. Daar kan men mee instemmen of niet.’

‘De Amsterdam Faculty of Science was een initiatief dat van bovenaf, top-down was genomen. Waar we nu mee bezig zijn komt van onderop’

Boze tongen beweren dat de drie jaar geleden weggestemde AFS, de gezamenlijke bètafaculteit van UvA en VU, alsnog gestalte krijgt met dit soort samenwerkingen.

‘Dat is zeker niet waar. De Amsterdam Faculty of Science (AFS) was een initiatief dat van bovenaf, top-down was genomen. Waar we nu mee bezig zijn komt van onderop. Onderzoekers willen het graag. Ze zoeken naar mogelijkheden om binnen hun discipline kennis te concentreren en daarmee het onderzoek beter te maken, zodat ze de concurrentie aan kunnen. Het zijn de onderzoekers die de samenwerking zoeken en wij als CvB faciliteren dat alleen maar. Wij creëren slechts de randvoorwaarden.’

 

Studenten hebben er helemaal geen zin in.

‘Kijk eens, we kunnen moeilijk zeggen: een onderzoeksgroep gaat naar de Zuidas en de bijbehorende opleiding blijft op Science Park. Die twee horen bij elkaar. Overigens is het helemaal niet zo dat studenten alleen maar “nee” roepen. Ik ontmoet ook studenten die er positief tegenover staan. We voeren heel constructieve gesprekken met studenten van zowel de UvA als de VU. We willen hun zorgen echt wegnemen, onder meer door de studentondersteuning te garanderen op het niveau dat studenten gewend zijn van de eigen universiteit.’

‘Ik hoor van veel studenten en medewerkers dat er een schreeuwende behoefte is aan beweging in de organisatie’

Gaat u een nieuw allocatiemodelHet allocatiemodel is de manier waarop de UvA haar geld over de verschillende faculteiten verdeelt. vaststellen?

‘Dat zullen we zien. Het CvB zal binnenkort aan de decanen een voorstel doen, waarvan ik hoop dat iedereen zich daar in kan vinden. Het zal niet gaan om grote en schokkende veranderingen ten opzichte van het huidige model. Een werkgroep onder leiding van oud-decaan Eric Fischer heeft enige tijd geleden voorstellen gedaan voor zo’n nieuw allocatiemodel. Het nieuwe model zal budgetneutraal worden ingevoerd, er wordt binnen faculteiten alleen “geschoven” met geld en de aanpassing van het verdelingsmodel veroorzaakt dus geen fricties binnen de faculteiten. De medezeggenschap heeft instemmingsrecht op het nieuwe model. Het voorstel wordt binnenkort ook aan hen voorgelegd.’

 

Het lijkt alsof het allemaal weer koek en ei is aan de UvA.

‘Ik ontmoet hier een heel positieve sfeer, alleen er moet nu wel iets gebeuren. Ik hoor van veel studenten en medewerkers dat er een schreeuwende behoefte is aan beweging in de organisatie. We moeten vooruit. Daar heb ik overigens wel vertrouwen in, want er zit een hoop kracht in deze organisatie.’