Foto: Daniël Rommens
actueel

Commissie D&D adviseert UvA: een senaat, een charter en 4 modellen

24 oktober 2016 - 18:10

Een charter met de belangrijkste waarden van de UvA en een ‘breed representatief deliberatief forum’ dat in plaats komt van de Senaat en het bestuur van de universiteit gaat adviseren. Dat zijn de twee belangrijkste aanbevelingenLees hier de reacties op het rapport. van de commissie Democratisering & Decentralisering. En dan is er ook nog de vraag welke van vier organisatiemodellen, variërend van een zelforganiserende universiteit tot de status quo, het best past bij de UvA.

Dat maakte de commissie democratisering & decentralisering (D&D) vanavond bekend bij de presentatie van haar rapport Een universiteit van waarde(n) in het Maagdenhuis. Het was niet voor niets dat deze symbolische locatie het toneel van de presentatie was; 608 dagen eerder was ongeveer rond hetzelfde tijdstip de langste bezetting van de Maagdenhuis begonnen. Bovendien was het daar dat voormalig collegevoorzitter Louise Gunning op 1 april vorig jaar beloofde dat er een commissie zou komen die naar nieuwe organisatiemodellen voor de universiteit zal zoeken.

Foto: Daniël Rommens
Lisa Westerveld

Die zoektocht werd vandaag grotendeels afgesloten met de presentatie van het rapport van de commissie D&D onder leiding van Lisa Westerveld. Het vuistdikke rapport Een universiteit van waarde(n) biedt een zeer uitgebreid verslag van de werkzaamheden die de commissie het afgelopen jaar heeft uitgevoerd.

 

Bestuurs- en beleidsproblemen

In haar onderzoek heeft de commissie zowel bestuursproblemen als beleidsproblemen geconstateerd, zo vermeldt zij in haar rapport.

 

Om maar met die laatste te beginnen: er wordt veel geklaagd over het personeelsbeleidDat bleek ook uit een rapport op basis van een kleinschaliger onderzoek dat vier UvA'ers vorig jaar uitvoerden. van de UvA. De werkdruk is hoog, er is veel flexwerk en ‘als gevolg van de gecompliceerdheid van de bestuursstructuur is vaak niet duidelijk wie uiteindelijk beslist’ over personeelsbeleid. Ook het schoolse onderwijs, ‘de eenzijdige nadruk op kwantitatieve outputmeting’ en ‘toegenomen belang van werving van externe fondsen’ bij onderzoek en het top-down aansturen van strategische samenwerkingen met de HvA en de VU zijn volgens de commissie veel aangevoerde beleidsproblemen.

‘Alle informatie en lijnen komen samen op het niveau van het faculteitsbestuur.’ Dat zou ‘zorgen voor concentratie van macht bij een kleine, deels informele groep van het betrokken personeel en ook studenten’

De bestuursproblemen die worden gesignaleerd zijn volgens de commissie grotendeels terug te voeren naar de invoering van de Wet modernisering universitaire bestuursorganisatie (MUB) in de jaren negentigDe MUB zorgde ervoor dat de universiteit minder democratisch, maar hiërarchischer en meer als een bedrijf werd bestuurd. Voor 1997 lag heel veel macht bij universiteitsraad, bestaand uit studenten en personeel. Bestuurders bestuurden de universiteit bij de gratie van die universiteitsraad. Omdat de raad bekendstond als traag, log en weinig gericht op efficiëntie, voerde toenmalig minister Jo Ritzen (PvdA) de MUB in. De universiteitsraad werd gereduceerd tot twee medezeggenschapsraden. De echte macht kwam te liggen bij het College van Bestuur. Sindsdien gelden de centrale studentenraad en de centrale ondernemingsraad als officiële gesprekspartner van de universiteitsbestuurders.. Daarin werden rechten en zeggenschap geconcentreerd bij medezeggenschapsraden, terwijl veel medewerkers en studenten juist invloed willen hebben op hun dagelijkse zaken. ‘De bestaande bestuurs- en medezeggenschapsstructuur biedt daar nauwelijks een podium voor. Het gevolg is desinteresse, gebrek aan bereidheid om in raden zitting te nemen en lage opkomst bij verkiezingen,’ oordeelt de commissie.

 

Bovendien wordt door de strikte en gecompliceerde verankering van rechten van de medezeggenschap in de wet veel tijd verloren aan procedurele discussies en is door de toenemende top-down-besturing van de universiteit veel bureaucratie en een gebrek aan autonomie ontstaan. Tenslotte is volgens de commissie door de scheiding van verantwoordelijkheden van bacheloronderwijs, masteronderwijs, onderzoek en personeelsbeleid per faculteit een steeds machtiger faculteitsbestuur ontstaan. ‘Alle informatie en lijnen komen samen op het niveau van het faculteitsbestuur,’ schrijft de commissie. Dat zou ‘zorgen voor concentratie van macht bij een kleine, deels informele groep van het betrokken personeel en ook studenten.’

‘Het beeld dat binnen de commissie D&D uitkristalliseerde, was dat de Universiteit van Amsterdam behoefte heeft aan een reeks gedeelde waarden’

Dit alles samenvattend komt de commissie met een diagnose van twee kernproblemen: enerzijds onvoldoende betrokkenheid van studenten en medewerkers bij essentiële beleidsaangelegenheden en anderzijds overmatige bemoeizucht van bestuurders – al dan niet met instemming van medezeggenschapsorganen.

 

Om die twee kernproblemen aan te pakken komt de commissie met drie inhoudelijke voorstellen voor de toekomst van de UvA en een lange lijst met een reeks verbeteringen die volgens de commissie op de korte termijn gerealiseerd kunnen wordenBekijk hier de belangrijkste aanbevelingen voor de korte termijn in een pdf..

 

‘Senaat nieuwe stijl’ en charter

Op dit moment is de Senaat een groep van twaalf hoogleraren onder leiding van hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys die besloten vergadert en het bestuur van de universiteit gevraagd en ongevraagd adviseert over onderzoek, onderwijs en beleid. De eerste aanbeveling van de commissie strekt ertoe die senaat op te tuigenDe huidige senaat uitte stevige kritiek op de plannen van de commissie. Lees daar hier meer over. tot een representatief en ‘breed samengesteld deliberatief forum’ van wetenschappers, studenten, promovendi, decanen, collegeleden en medewerkers van ondersteunende diensten. Dat opiniërende orgaan zou enkele keren per jaar plenair bijeen moeten komen om te adviseren over de langetermijntoekomst van de universiteit.

 

De tweede aanbeveling van de commissie is een charter met waarden van de universiteitLees hier de voorgestelde acht kernwaarden van de UvA.. ‘Het beeld dat binnen de commissie D&D uitkristalliseerde, was dat de Universiteit van Amsterdam behoefte heeft aan een reeks gedeelde waarden die als een permanent referentiekader functioneren voor beleid op alle niveaus,’ zo is te lezen in het rapport.

De modellen variëren van een handhaving van de status quo met een aantal ‘quick wins’ tot een zelforganiserende universiteit

Vier bestuursmodellen

Daarnaast, en daar zal in de aanloop naar het aankomende referendum veruit de meeste aandacht naar uit gaan, presenteert de commissie vier modellenHet gele en groene model gaan verder dan wat nu wettelijk mogelijk is en daarvoor zal de UvA een aanvraag voor een experiment moeten indienen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Minister Bussemaker heeft eerder in Kamerdebatten gezegd welwillend te staan tegenover experimenten aan de UvA. Wel kan het enige tijd duren voordat dit juridisch goed is dichtgetimmerd. voor de UvA van de toekomst: variërend van een handhaving van de status quo met een aantal ‘quick wins’ tot een zelforganiserende universiteit.

 

Blauw: de bestaande universiteit
De huidige structuur van de universiteit wordt in hoofdlijnen doorgezet. Het college van bestuur neemt met de decanen van de faculteiten de belangrijke besluiten. Wel wordt verder gewerkt aan verbeteringen van de medezeggenschap die al in gang zijn gezet, bijvoorbeeld het bieden van meer faciliteiten en ondersteuning aan de ondernemingsraad en studentenraden.

 

Oranje: de duale universiteit
Benoemde bestuurders hebben nog wel beslismacht, maar moeten rekening houden met een sterkere medezeggenschap dan de huidige. Personeel is vertegenwoordigd in ondernemingsraden, studenten in aparte studentenraden, die werken op alle niveaus. Leidinggevenden worden nog steeds benoemd door de decanen, na een advies van de medezeggenschap. Besluitvorming kan alleen ‘in dialoog met de academische gemeenschap’. De bevoegdheden van de medezeggenschap worden verruimd, de raden krijgen bijvoorbeeld meer instemmingsrecht dan nu het geval is, maar mogen zelf ook met voorstellen komen of kunnen voorstellen wijzigen.

Foto: Stephan Vegelien
Demonstranten op de dag van de Maagdenhuisbezetting

Geel: de participerende universiteit
Dit model kent zelfbestuur via een stelsel van representatie democratie via gekozen bestuursraden en het management is daar aan ondergeschikt. Staf en studenten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek, en de rol van bestuurders is beperkt. Medewerkers en studenten vormen een vijfkoppig bestuur dat verantwoording aflegt aan deze raden, die beslissingsmacht hebben. In deze vorm is alle informatie openbaar en wordt deze online en offline gedeeld en besproken.

 

Groen: de zelforganiserende universiteit
Hierbij bestuurt de universitaire gemeenschap zo veel mogelijk zichzelf. Er zijn zo weinig mogelijk bestuurders en er is veel autonomie op lokaal niveau, zeer decentraal dus. Studenten en medewerkers bepalen de regels, bestuurders hebben een dienende rol en de leidinggevenden worden gekozen. De democratie is geregeld in bestuursraden, die bestaan uit medewerkers en studenten die allemaal een gelijkwaardige stem hebben. Bestuurders moeten verantwoording afleggen aan deze raden. Informatie is altijd toegankelijk en openbaar, en wordt online en in debatten bediscussieerd.
‘Eenheden’ voor onderwijs & onderzoek vormen de basis en bepalen zelf hoe het onderwijs en onderzoek vorm wordt gegeven. Deze eenheden werken de komende vier jaar binnen bestaande faculteiten. Daarna wordt bekeken of en hoe faculteiten aan de UvA blijven bestaan. De huidige medezeggenschap wordt afgeschaft.

Naast alle studenten en medewerkers van de UvA zijn er nog drie groepen stemgerechtigd

Referendum

Vanaf 23 november tot en met 11 december kunnen studenten en medewerkers van de UvA kiezen voor welk model zij het best vinden en of zij heil zien in een charter en een ‘Senaat nieuwe stijl’. Dat kan online via een stemtool die direct ook een stemwijzer is. Kiesgerechtigden kunnen ofwel direct kiezen voor een variant naar keuze, ofwel door een aantal stellingen gaan waarna hen een advies wordt gegeven.

 

Naast alle studenten en medewerkers van de UvA kunnen ook extraneiExtranei zijn mensen die wel tentamens mogen afleggen, maar geen colleges volgen en daarom een lager collegegeld betalen die voor meer dan zes maanden zijn ingeschreven en mensen die onderzoek doen of onderwijs geven in het verband van de UvA stemmen - denk onder meer aan wetenschappers die bij instituten van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) of de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) werken of emeriti-hoogleraren die nog promovendi begeleiden. Tenslotte is er nog een laatste grote groep, een soort vergaarbak van iedereen die bij de UvA betrokken is. De commissie beschrijft ze als ‘anderen die op grond van hun werkzaamheden voor de universiteit gedurende een periode langer dan zes maanden een substantiële en aantoonbare bijdrage leveren aan het functioneren van de UvA en het realiseren van de universitaire doelstellingen’. De eerste twee groepen krijgen automatisch een stemoproep, de laatste twee groepen moeten een schriftelijk verzoek indienen bij de referendumcommissie om te mogen stemmen.

 

Het referendum is raadgevend van aard en de uitkomsten ervan zullen worden meegenomen in een definitief rapport van de commissie dat ze vervolgens zal aanbieden aan het College van Bestuur. Het CvB zal dan zelf beslissen wat ze met dat definitieve rapport zal doen. De commissie spreekt in haar inleiding in ieder geval de wens uit dat het niet zoals veel andere rapporten ‘achteloos in een la wordt geschoven’.

 

Het volledige rapport van de commissie is hier te lezen.