Foto: Daniël Rommens
actueel

‘We gaan niet alle samenwerking tussen HvA en UvA overboord gooien’

Altan Erdogan,
30 augustus 2016 - 15:14

Naar verwachting komen volgende week de rapporten waarin de bureaus Berenschot en Deloitte onderzoeken wat de personele unie van de Colleges van Bestuur van UvA en HvA heeft opgeleverd. Daarin staan ook scenario’s voor de toekomst. Collegevoorzitter Geert ten Dam blikt alvast vooruit: ‘Wat we dus zeker niet gaan doen: alle lopende samenwerking tussen HvA en UvA overboord gooien.’

Berenschot en Deloitte leggen momenteel de laatste hand aan twee rapporten waarin wordt teruggeblikt op de samenwerking, en waarin voorstellen staan voor de toekomst. Veel mensen is voor de zomer gevraagd om informatie te geven over hun deel van de samenwerking. Geert ten Dam verwacht de definitieve versies van de rapporten in de week van 5 september.

 

Er wordt met spanning uitgekeken naar de uitkomsten, veel medewerkers vragen zich af wat er voor hen gaat veranderen.

‘Dat begrijp ik, maar let wel: we hebben Berenschot en Deloitte nadrukkelijk niet gevraagd om voor ons de koers te bepalen, maar om mogelijke scenario’s op basis van de feiten. We hebben geen verandermanagers nodig om een keuze te maken en die uit te voeren. Dat gaan we zelf doen, samen met onze medewerkers en studenten. Ik merk dat het misverstand leeft dat Berenschot en Deloitte een panklaar besluit voorbereiden waar het CvB dan ja of nee tegen zegt. Dat is niet zo.’

 

Je hebt met rector magnificus Karen Maex vanaf jullie aantreden samen gezegd: we gaan studenten en medewerkers bij belangrijke besluiten betrekken. Hoe gaat dat na dit onderzoek?

‘In september en oktober gaan we als college uitgebreid praten met de HvA- en UvA-medezeggenschap, de adviesraden, de decanen van de faculteiten van de twee instellingen, de diensthoofden en de Raden van Toezicht. De rapporten zijn dan online beschikbaar, vergezeld van een eerste inhoudelijke reactie van het college. We willen ook bijeenkomsten houden, waarin collegeleden met medewerkers en studenten praten over de gewenste samenwerkingsvorm tussen beide instellingen. Het plan is dat het College van Bestuur eind oktober een zogeheten voorgenomen besluit neemt dat wordt voorgelegd aan de medezeggenschap en de Raden van Toezicht. Dat zou ertoe moeten leiden dat in december de Raden van Toezicht van beide instellingen hun goedkeuring kunnen geven aan het uiteindelijke besluit.’

 

Het zou best kunnen dat er harde conclusies worden getrokken over bestuurders, medewerkers of de werkwijze in het verleden. Hoe hou je als collegevoorzitter de schade binnen de perken?
‘Iedereen moet de blik gericht houden op de inhoud, en niet op personen. Het belang van de samenleving bij het hoger onderwijs is veel te groot voor onderling gekissebis.

Wel belangrijk zijn vragen als: waarom zijn we de samenwerking ooit begonnen? Wat is er van terecht gekomen? Wat is er in de maatschappij of de regelgeving veranderd anno 2016? Waar laten we kansen liggen? Het doel moet steeds zijn: hoe zorgen we gezamenlijk voor optimaal onderwijs voor onze HvA- en UvA-studenten en grensverleggend onderzoek.’

‘Iedereen moet de blik gericht houden op de inhoud, en niet op personen. Het belang van de samenleving bij het hoger onderwijs is veel te groot voor onderling gekissebis’

Bij heel veel diensten is de angst dat ze voor niets hebben geïnvesteerd in de samenwerking en dat ze weer opnieuw kunnen beginnen.

‘Ik merk zeker dat de medewerkers bij de diensten bezorgder zijn over de uitkomst dan wetenschappers of docenten. Tegen die medewerkers zeg ik: we gaan de opgebouwde samenwerking beslist niet zomaar overboord gooien. Ook niet bij een eventuele splitsing van het College van Bestuur. De blik moet gericht zijn op de vraag of we door de samenwerking doelmatiger zijn gaan werken en een kwaliteitsslag hebben gemaakt, bijvoorbeeld bij het Administratief Centrum, Studentenzaken of ICT. Men hoeft ook niet bang te zijn voor privatisering van diensten. We willen de diensten betrokken houden bij de inhoud van onderwijs en onderzoek. Bovendien is privatisering duurder.’

UvA en HvA trekken ook samen op in Amsterdam, dat is toch ook niet zomaar terug te draaien?
‘Nee. Er groeien en bloeien op heel veel plekken prachtige samenwerkingsverbanden. Dat ziet denk ik iedereen. Neem bijvoorbeeld het domein gezondheid waar HvA en UvA samenwerken bij de revalidatie van hartpatiënten; of er nou één college of twee colleges zijn: dat gaat echt wel door. En dat is maar goed ook.

De vraag is wel of het besluit van dertien jaar geleden om voor een personele unie van de colleges te kiezen nog past in de huidige tijd, met twee instellingen die bestuurlijk steeds complexer zijn geworden.’

 

Wat is de volgende stap als UvA en HvA bestuurlijk beter gescheiden kunnen worden?
‘Als blijkt dat het beter is te komen tot twee Colleges van Bestuur, moeten we de vraag beantwoorden hoe we de opgebouwde samenwerking borgen. Hoe zorgen we ervoor dat we onze activiteiten op elkaar blijven afstemmen ten behoeve van studenten, burgers, maatschappelijke instellingen, het bedrijfsleven. En hoe gaan we met de diensten en het personeel om, hoe stuur je die dan aan? Hoe voorkomen we kapitaalvernietiging?’

 

Er staan al twee vacatures open in het college: voor een bestuurder financiën & vastgoed bij UvA en een voor dezelfde baan bij de HvA. Hoe verhoudt zich dat straks tot het rapport?

‘Of er straks wordt gekozen voor één CvB of twee: die bestuurders hebben we hoe dan ook nodig.’

 

Wanneer gaan HvA en UvA verbeteringen zien?

‘Het eerste half jaar na het besluit zullen we zeker nodig hebben voor het voorbereiden en doorvoeren van de gewenste veranderingen. We nemen nog in 2016 een besluit en in 2017 moet alles z’n beslag gaan krijgen, je kunt ook niet wachten. Als dit te lang boven de markt hangt, verdwijnt al de energie en het enthousiasme. Intussen moeten we onze aandacht vooral ook blijven richten op goed onderwijs en onderzoek, onze kerntaken.’

 

Wat doe je zelf als je helemaal niet kunt leven met de voorgestelde scenario’s?

‘Nou ja, er zijn geen 36 smaken. Of we houden het ongeveer zoals het is, of er komen twee CvB’s, en we gaan vervolgens kijken naar hoe we de samenwerking die er is kunnen borgen en versterken. Mijn persoon is niet relevant. Het gaat om de toekomst van beide instellingen. Van mij als voorzitter van het CvB mag je verwachten dat ik dit proces begeleid tot een goed besluit. Ik wil zorgen dat hier iets uit voortkomt waar beide instellingen de komende vijftien jaar stevig mee verder kunnen.’