Foto: Przemyslaw Pawelczak (cc, via Wikimedia Commons)
actueel

‘Promovendi moeten beter worden voorbereid op arbeidsmarkt’

Steffi Weber,
30 maart 2016 - 15:19

Nederlandse universiteiten moeten hun promovendi beter voorbereiden op een carrière buiten de academische wereld. Dat stelt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in een rapport over de toekomst van het Nederlandse promotiestelsel. Wie een promotietraject volgt, hoopt nu veelal op een loopbaan binnen de wetenschap, maar in de praktijk werkt slechts een kwart van de gepromoveerden later aan een universiteit.

De KNAW raadt minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan om onderzoek te laten doen naar de perspectieven van gepromoveerden op de arbeidsmarkt. Dat onderzoek richt zich idealiter ook op de behoefte van potentiële werkgevers aan nieuwe promotietrajecten, zoals het professioneel doctoraat PDEng.

 

Geen academische loopbaan

Met 75 procent komt het overgrote deel van de gepromoveerden uiteindelijk terecht in het bedrijfsleven of in andere maatschappelijke sectoren. Universiteiten zouden tijdens het promotietraject daarom expliciet aandacht moeten besteden aan oriëntatie op de arbeidsmarkt, menen de schrijvers van het rapport. ‘Bij voorkeur in samenwerking met potentiële werkgevers.’

Nederlandse gepromoveerden vinden uitstekend hun weg, zowel binnen als buiten de academische wereld

Het rapport Promoveren werkt werd afgelopen donderdag gepubliceerd en door de KNAW, Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Vereniging van Universiteiten (VSNU) aangeboden aan minister Jet Bussemaker. Aanleiding voor de zogeheten verkenning waren nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op het promotiestelsel, zoals de trend om het promotietraject in te korten van vier naar drie jaar, de behoefte om vraag naar en aanbod van promotietrajecten beter op elkaar af te stemmen en de uitbreiding van het promotierecht, het zogeheten ius promovendiNu mogen enkel hoogleraren promoties begeleiden, maar dat leidt er volgens velen toe dat zij overbelast zijn en weinig tijd maken voor de daadwerkelijke begeleiding..

 

Hoog gekwalificeerd

De conclusie van het rapport is positief: Nederlandse gepromoveerden gelden als hoog gekwalificeerd en vinden volgens de KNAW ‘uitstekend hun weg, zowel binnen als buiten de academische wereld.’ De kwaliteit van de academische promotie is goed en voldoende gewaarborgd.

 

De KNAW doet wel een aantal aanbevelingen. Ze raadt universiteiten aan de termijn van vier jaar voor de nominale duur van het promotietraject in stand te houden en in het geval van een driejarig traject de kwaliteit van de opleiding nauwlettend in de gaten te houden.

 

Dienstverband heeft voorkeur

Wat betreft de arbeidsrechtelijke status van promovendi verdient een dienstverband volgens de KNAW de voorkeur. Al ziet de koepel ook de mogelijkheid om – net als in andere landen - verschillende arbeidsrechtelijke modellen voor promovendi naast elkaar te laten bestaan.

 

Daarmee blijft de deur open voor  een model met zogeheten promotiestudenten, een systeem waarmee het kabinet momenteel experimenteert. De promovendus krijgt dan van de universiteit een beurs, maar heeft in tegenstelling tot zijn collega met dienstverband geen aanspraak op sociale zekerheden of ontslagbescherming. De KNAW ziet de voordelen van dit systeem - meer gepromoveerden tegen lageren kosten - maar waarschuwt voor de rechtsongelijkheid. De promotiestudent is arbeidsrechtelijk immers achtergesteld bij de promovendus met dienstverband.

 

Kanttekeningen

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), waarvan een oud-bestuurslid aan het onderzoek heeft meegewerkt, kan zich grotendeels vinden in het rapport. ‘De conclusie dat het over het algemeen goed zit met de kwaliteitsborging onderschrijven we,’ zegt voorzitter Charlotte de Roon. Ze plaatst echter ook kanttekeningen. Zo is PNN faliekant tegen het experiment met promotiestudenten. De Roon: ‘Promoveren is werken en promovendi moeten worden aangesteld.’

‘Het rapport raakt de kern totaal niet, het is een wereldkampioen- schap navel- staarderij’

Het netwerk is ook kritisch ten opzichte van de kortere duur van de promotietrajecten. ‘Ik heb het idee dat promoveren binnen drie jaar niet te doen is. Tenzij we de eisen van het promotietraject aanpassen en dat lijkt me niet wenselijk,’ aldus De Roon. Het PNN vindt bovendien dat men het stijgende aantal promovendi goed in de gaten moet houden. ‘Het hoeft niet negatief te zijn, maar we moeten ons wel blijven afvragen waarom we dat precies willen. De kwaliteit moet te allen tijden gewaarborgd blijven.’

 

‘Gerommel in de marge’

Of de KNAW voldoende oog had voor de kwaliteit is, maar zeer de vraag, zegt UvA-promovendus Sicco de Knecht. De neurowetenschapper organiseerde vorig jaar een symposium over de carrièrekansen en begeleiding van promovendiDaarover sprak hij recent bij het congres Science in Transition nog een column over uit.. Zijn bevindingen worden weliswaar aangehaald in het KNAW-rapport, maar er is vervolgens weinig tot niets mee gedaan, meent De Knecht, die het onderzoek afdoet als ‘vooral gerommel in de marge’.

 

‘Het rapport raakt de kern totaal niet,’ zegt De Knecht. Het streven om promovendi beter klaar te stomen op een carrière buiten de wetenschap gaat volgens hem voorbij aan het échte probleem: dat de meerderheid van de promovendi geen baan krijgt bínnen de wetenschap en dat de personeelsopbouw van de universiteit hierdoor verandert in een piramide met een grijs hoofd, een slanke taille en een basis die te veel belast wordt.

 

‘Wereldkampioenschap navelstaarderij’

‘De onderzoekers hebben niet de vrijheid genomen om te reflecteren op de rol die de promotie heeft in het Nederlandse wetenschapsbestel, en welke rol we zouden willen dat deze vervult. Er moet beter nagedacht worden over hoe we een duurzaam stelsel kunnen inrichten en onderhouden,’ zegt De Knecht. In plaats daarvan hielden de onderzoekers volgens hem een ‘wereldkampioenschap navelstaarderij’. ‘Het rapport is helemaal niet zelfkritisch.’

‘Straks krijgen Nederlandse promovendi ook in het buitenland geen baan meer’

Het KNAW-rapport suggereert volgens De Knecht tevens een toekomst met méér en kortere promotietrajecten. Dat de commissie tegelijkertijd een streeftijd van vier jaar aanhoudt vindt hij een zeer merkwaardige doelstelling: ‘De gemiddelde promotieduur ligt nu bij meer dan vijf jaar, slechts zeven procent promoveert in vier jaar: een gedegen promotie kost nou eenmaal tijd.’

 

De stelling wenselijkheid van tweejarige promotietrajecten in het bedrijfsleven wordt bovendien op geen enkele manier onderbouwd, stelt De Knecht. ‘Er staat letterlijk: “Grote industriële bedrijven hebben behoefte aan kortere promotietrajecten,” maar buiten dat lijkt er geen argumentatie voor te zijn. Wat leidend moet zijn is enkel de kwaliteit en het niveau van een promotie. En die gaat er met een verkorting van het traject alleen maar op achteruit.’

 

De Knecht ergert zich bovendien aan de vergelijking met buitenlandse promotietrajecten. De KNAW-conclusie, dat Nederlandse promovendi in het buitenland gewild zijn, verbaast hem niets. ‘Het Nederlandse promotietraject staat - in tegenstelling tot elders - los van de bachelor- en masteropleiding. Je krijgt veel verantwoordelijkheid en een zeer gedegen opleiding. Natuurlijk ben je dan gewild in het buitenland.’

 

‘Betrek promovendi bij onderzoek’

Het advies om de promotietrajecten in te korten heeft dan waarschijnlijk ook een averechts effect, denkt De Knecht. ‘Straks krijgen Nederlandse promovendi ook in het buitenland geen baan meer.’

 

De Knecht vindt het opmerkelijk dat er slechts één promovendus betrokken was bij het onderzoek. ‘Als er meer promovendi en postdocs naar hun bevindingen was gevraagd, was de uitkomst zeker anders geweest.’